Wet- en Regelgeving

Wat verandert er voor woningcorporaties in 2018?

Vanaf 1 januari 2018 verandert er het een en ander in de wet- en regelgeving voor woningcorporaties. In dit artikel een overzicht.

Inkomens- en huurgrens
Woningcorporaties moeten per 1 januari 2018 minstens 90 procent van de vrijkomende sociale huurwoningen toewijzen aan mensen met een inkomen tot 41.056 euro. Ten minste 80 procent moet gaan naar huishoudens met een inkomen tot 36.798 euro. De liberalisatiegrens (de grens die bepaalt of een woning in de sociale of vrije sector valt) is net als voorgaande jaren 710,68 euro.

Huurtoeslag
De pensioengerechtigde leeftijd gaat sinds 2013 stapsgewijs omhoog. Dat heeft gevolgen voor de leeftijd waarop huurtoeslagontvangers te maken krijgen met de regeling voor gepensioneerden. In 2018 is die leeftijd 66 jaar.
Het maximale inkomen waarop een huishouden nog in aanmerking kan komen voor huurtoeslag is verhoogd. Dat inkomen is afhankelijk van de grootte van het huishouden en de leeftijd. De bedragen voor 2018 zijn:

Eenpersoons 22.400 euro
Meerpersoons 30.400 euro
Eenpersoons-ouderen 22.375 euro
Meerpersoons-ouderen 30.400 euro

Passend toewijzen 
De huishoudens die in aanmerking komen voor passend toewijzen moeten een woning toegewezen krijgen met een huur onder de aftoppingsgrenzen van de huurtoeslag. Deze bedraagt voor huishoudens van één of twee personen 597,30 euro (was 592,55 euro in 2017) en 640,16 euro voor huishoudens met meer personen (was 635,05 euro in 2017). In 5 procent van de toewijzingen mag de corporatie hiervan afwijken. 

Huurprijs
Woningcorporaties mogen hun huren in 2018 gemiddeld met maximaal 2,4 procent verhogen. Voor individuele huurders is een hogere huurstijging mogelijk. De maximaal toegestane huurstijging voor individuele huurders hangt af van het inflatiepercentage en het huishoudinkomen. Het inflatiepercentage van 1 december 2016 tot 1 december 2017 is 1,4 procent. Voor huishoudens met een inkomen:
-    tot en met 41.056 euro stijgt de huur maximaal 3,9% (de inflatie + opslag van 2,5 procentpunt)
-    boven 41.056 euro stijgt de huur maximaal 5,4% (de inflatie + opslag van 4 procentpunt)

Verhuurderheffing
De verhuurdersbelasting die woningcorporaties over hun sociale huurwoningen moeten betalen zal door stijgende WOZ-waarden verder stijgen naar 1,75 miljard euro. Het nieuwe tarief is 0,591 procent van de WOZ-waarde van de woning. 

De verhuurderheffing wordt per 1 januari 2018 berekend over een WOZ-waarde van maximaal 250.000 euro. Dit bedrag zal vervolgens jaarlijks stijgen met de gemiddelde stijging van de waarde van woningen. Rijksmonumenten zijn per 1 januari 2018 vrijgesteld van verhuurderheffing. Verder is de heffingsvrije voet verhoogd van 10 naar 50 woningen. Verhuurders hoeven over hun eerste 50 woningen geen verhuurderheffing te betalen.

Bouwkwaliteit en bouwregelgeving

Grenswaarde milieuprestatie
De MPG-grenswaarde voor de milieuprestatie van nieuwe woningen en nieuwe kantoren groter dan 100 vierkante meter treedt in werking (zie Staatsblad 2017, 494). Sinds 2013 geldt al een verplichting tot het maken van een milieuprestatieberekening, maar hieraan was nog geen grenswaarde als minimumeis gekoppeld. Per 1 januari 2018 geldt dat deze grenswaarde ten hoogste 1 mag zijn.  

Investeringssubsidie duurzame energie (ISDE)
Het budget voor de Investeringssubsidie duurzame energie (ISDE) in 2018 is 100 miljoen euro. Met de ISDE stimuleert het kabinet de aanschaf van kleinschalige installaties voor de productie van hernieuwbare warmte. Sinds 1 januari 2016 kunnen zakelijke gebruikers en particulieren subsidie krijgen bij de aanschaf van zonneboilers, biomassaketels en warmtepompen met een klein vermogen. 

Verbouw kantoren naar huurwoningen
Voor de verbouw van niet voor bewoning bestemde ruimten naar huurwoningen zijn er twee wijzigingen. De uiterste indiendatum voor het aanmelden van de voorgenomen investering wordt met twee jaar verlengd tot eind 2019. En voor voorgenomen investeringen die vanaf 1 januari 2018 worden ingediend moet het gaan om huurwoningen met een huur lager dan de eerste aftoppingsgrens voor de huurtoeslag.