Wet- en regelgeving

CDA-Kamerlid Ronnes: ‘Regels moeten niet zorgen voor overtollige ballast’

Niemand zorgt nog voor middeldure huurwoningen. Marktpartijen hebben er geen trek in. En de complexe regels en procedures rond DAEB (sociale huur) en niet-DAEB (vooral middenhuur) maken de bouw voor corporaties ingewikkeld. Mede dankzij CDA-Tweede Kamerlid Erik Ronnes komt daar verandering in. Hij is initiatiefnemer van een motie waar een ruime meerderheid van de Kamer mee instemde. Daardoor wordt het voor corporaties eenvoudiger om woningen met een huur tot 1.000 euro te bouwen.

Waarom wordt er eigenlijk weer een beroep gedaan op corporaties voor het bouwen van middenhuur? Nadat het hen eerder erg lastig is gemaakt om dit te doen?
‘Er is in sommige regio’s echt te weinig aanbod van huurwoningen tussen 700 en 1.000 euro. De marktpartijen pakken die taak in bepaalde gebieden niet of nauwelijks op. Ondertussen is de nood heel hoog. Door vrijstelling van de hele toestemmingsprocedure rond de markttoets kunnen corporaties in dit prijssegment makkelijker bouwen. Het tekort aan middeldure huur zorgt er bovendien voor dat er te weinig doorstroming is in de sociale huur. Meer middeldure huur leidt dus ook tot een betere beschikbaarheid van sociale huurwoningen. We moeten er namelijk wel voor zorgen dat sociale huur de kerntaak van corporaties blijft.’

Is deze maatregel voldoende? Is het niet beter als corporaties lokaal de DAEB-grenzen kunnen aanpassen aan de lokale behoeften? Zoals de commissie-Van Bochove bepleit. Zodat middenhuur een geborgde kerntaak van corporaties kan zijn?
‘Precies dit punt wil ik helder krijgen. Daarom heb ik minister Ollongren gevraagd dit te onderzoeken. Wat zijn de voordelen van het werken met gedifferentieerde DAEB-grenzen? Zitten er ook nadelen aan? Ik ben er voorstander van om alle maatregelen te nemen die nodig zijn om voldoende betaalbare woningen te garanderen. Als dat vraagt om lokale aanpassing van de DAEB-grenzen, is dat wat moet gebeuren.’

Het systeem van DAEB en niet-DAEB blijft natuurlijk ingewikkeld. Is de evaluatie van de Woningwet in de Tweede Kamer niet een mooie gelegenheid om aan dit hele circus een einde te maken?
‘Het klopt dat het complex is. Maar we moeten ook niet vergeten wat er in de corporatiesector gebeurde voor de invoering van de nieuwe Woningwet in 2015. Bijvoorbeeld de financiële risico’s die genomen zijn. Ik wil in de Kamerbehandeling van de evaluatie van die wet zorgvuldig kijken hoe we een systeem krijgen dat werkbaar is. Gereguleerde huur zal nu eenmaal altijd een bepaalde mate van regelgeving vragen. Die regels moeten het gewenste resultaat opleveren: voldoende, betaalbare woningen. Maar ze moeten ook werkbaar blijven en niet zorgen voor overtollige ballast. Ik ben bereid om daar met een heel open vizier naar te kijken.’

Lees ook de blog van Aedes-voorzitter Marnix Norder.