Proces

Minister: goede randvoorwaarden nodig in aanpak personen met verward gedrag

Minister Ollongren van Wonen erkent het belang van goede randvoorwaarden, zoals voldoende begeleiding, voor de huisvesting van kwetsbare mensen. Dat schrijft zij op 12 december 2017 in haar reactie op de Corporatiemonitor personen met verward gedrag aan de Tweede Kamer. 
 

Aedes publiceerde de Corporatiemonitor personen met verward gedrag op 11 september 2017. 

Reactie minister
Ollongren schrijft: ‘Corporaties zien het als een van hun kerntaken om kwetsbare groepen aan de maatschappij te laten deelnemen door het bieden van adequate huisvesting. Daarnaast hebben zij de taak om het woongenot van huurders te bewaken en zetten daarom veelal in op het voorkomen van overlast.‘ 

Regie gemeenten
Samenwerking is daarbij cruciaal. Dat kunnen de betrokken partijen wat Ollongren betreft in de jaarlijkse prestatieafspraken vastleggen: ‘Ik acht het verstandig dat lokaal betrokken partijen sluitende afspraken maken over de regie en eventuele doorzettingskracht.’ Gemeenten kunnen volgens de minister meer dan voorheen een regierol vervullen, onder meer door in de woonvisie ook de huisvesting van deze doelgroep en de inzet om het woongenot van huurders te garanderen, mee te nemen. Het Schakelteam  personen met verward gedrag kan gemeenten, corporaties en andere partijen daarbij ondersteunen. 

Onderzoek
Corporaties zien het als hun plicht om deze groep te huisvesten, maar dan moeten de randvoorwaarden wel in orde zijn. In de Corporatiemonitor personen met verward gedrag gaven corporaties aan informatie-uitwisseling een struikelblok is bij de samenwerking met partners als gemeenten en zorgaanbieders. Aedes onderzoekt daarom waar de knelpunten precies zitten. De minister schrijft dat zij de signalen herkent dat informatiedeling tussen verschillende werkvelden lastig is. ‘Samen met collega’s van de ministeries van VWS en JenV onderzoeken medewerkers van mijn ministerie op dit moment hoe ook de Rijksoverheid Aedes bij de ontwikkeling van praktische werkwijzen bij gegevensdeling kan ondersteunen’, schrijft Ollongren.