Aedes-reactie

Investeringen leiden tot minder bestedingsruimte woningcorporaties

Woningcorporaties verwachten dat zij volgend jaar 32.000 nieuwe sociale huurwoningen bouwen. Omdat hun investeringen toenemen en omdat de huren van corporaties maar beperkt stijgen, is hun ruimte om bovenop hun plannen nog extra investeringen te doen aanzienlijk kleiner dan vorig jaar. Het ministerie van BZK berekende dit jaar voor de tweede keer de zogeheten Indicatieve Bestedingsruimte Woningcorporaties (IBW). Die geeft indicaties wat corporaties extra zouden kunnen besteden aan nieuwbouw, of renovatie, of huurmatiging.

Uit het jaarlijkse rapport De Staat van de Volkshuisvesting blijkt dat de indicatie voor nieuwbouw is gedaald van 37 miljard euro in 2016 naar 21 miljard euro. Aan renovatie is nu een bedrag van 16 miljard euro gekoppeld en voor huurmatiging zou 660 miljoen euro beschikbaar zijn.

Beperkte huurstijging en meer nieuwbouw
Er zijn logische redenen voor een lagere indicatieve bestedingsruimte. Corporaties laten de huren maar beperkt stijgen, waardoor ook hun inkomsten nauwelijks toenemen. Ook investeren zij in nieuwbouw en woningverbetering. Daarnaast gaan corporaties de komende jaren meer sociale huurwoningen bouwen en is het geld dat daarvoor nodig is al gereserveerd voor deze investeringen. Uit de Monitor nieuwbouw sociale huurwoningen blijkt dat corporaties in 2018 naar verwachting 32.000 huizen bouwen, meer dan een verdubbeling vergeleken met 2016. Dit is een investering van 4,8 miljard euro. Deze versnelling in nieuwbouw past bij de ambitie van woningcorporaties om uiteindelijk jaarlijks 34.000 woningen te bouwen.

Ambities woningcorporaties
Na een aantal moeilijke jaren investeren woningcorporaties weer meer in sociale huisvesting. Ze bouwen meer sociale huurwoningen, houden de huur betaalbaar, maken woningen energiezuiniger en spelen in op de behoeften van verschillende groepen huurders. Deze ambities staan in de Woonagenda. Corporaties staan er financieel weer beter voor, maar gaan verantwoord om met hun middelen om ook in de toekomst hun taak goed te kunnen uitvoeren.

Toekomst
De IBW dient als basis voor het gesprek tussen corporaties, gemeenten en huurders over prestatieafspraken. De bedragen suggereren dat corporaties dit geld direct kunnen besteden, maar dan zouden zij in één keer alle reserves moeten uitgeven. Dat is te simpel gesteld; corporaties hebben deze reserves nodig om ook in de toekomst te kunnen blijven zorgen voor voldoende, betaalbare en energiezuinige sociale huurwoningen. De indicaties zijn gebaseerd op sectorgemiddelden en allerlei aannames, bijvoorbeeld dat het bedrag volgend jaar in één keer wordt besteed. De bedragen kunnen niet bij elkaar worden opgeteld; het geld zouden corporaties kunnen besteden aan nieuwbouw, of woningverbetering of huurmatiging.

Kanttekeningen
De Autoriteit woningcorporaties plaatste vorig jaar al kanttekeningen bij de IBW-cijfers. Volgens de toezichthouder is het volledig inzetten van de indicatieve bestedingsruimte risicovol.

Transparantietool
Corporaties maken met gemeenten en huurders afspraken over lokaal woonbeleid en de financiële haalbaarheid van opgaven. Openheid over de financiële positie van corporaties helpt bij het maken van deze prestatieafspraken. Aedes heeft daarvoor met de VNG en Woonbond de Transparantietool ontwikkeld. Dit instrument geeft een breder beeld van de financiële mogelijkheden van een individuele corporatie.