Voldoende en betaalbare woningen

Corporaties bouwen en verhuren van oudsher huizen voor mensen met weinig geld die zelf geen betaalbare woning kunnen vinden. De wachtlijsten voor een sociale huurwoning zijn enorm. Mensen met een middeninkomen kunnen door de inkomensgrens bij toewijzing niet terecht in sociale huur, particuliere huurwoningen onder 1.000 euro zijn er nauwelijks en een koophuis is voor hen ook niet haalbaar. Corporaties willen en kunnen meer betekenen voor deze woningzoekenden.

In het kort

In deze korte video schetst Aedes-voorzitter Martin van Rijn de uitdaging rond Woningnood.

Wat hebben we nodig?

  • Meer nieuwbouw. Zowel sociale huur, betaalbare koop als vrije sector huur (middenhuur). Provincies en Rijk moeten meer en dwingender regie nemen en hulp bieden als gemeenten te weinig locaties leveren, zowel binnen als buiten de steden.
     
  • Centrale regie. Een minister van volkshuisvesting, ruimtelijk ordening en milieu kan een dergelijke regierol nemen. Subsidies en minder lastendruk kunnen nieuwbouw en verduurzaming helpen, beleid voor milieu en verduurzaming moet samenhangend zijn. 
     
  • Meer maatwerk. In de centrale regie moet nadrukkelijk ruimte zijn voor maatwerk. Met meer aandacht voor extra nieuwbouw in gebieden met woningnood tot aandacht voor transformatie en sloop in meer ontspannen- en krimpgebieden. Desinvesteren kost ook veel geld.
     
  • Hogere inkomensgrenzen. Bij toewijzing van sociale huurwoningen vallen nu teveel woningzoekenden buiten de boot. Woningcorporaties pleiten voor ruimte om de inkomensgrens en liberalisatiegrens (maximale huur sociale huurwoning) lokaal te kunnen verhogen, passend bij de regionale woningmarkt.
     
  • Afschaffing markttoets (en marktverkenning). Gemeenten gebruiken de markttoets niet en marktpartijen bouwen niet of nauwelijks woningen tussen 737 (liberalisatiegrens) en 1.000 euro. Woningcorporaties kunnen dan voor het middensegment betaalbare woningen bouwen (vanuit hun niet-DAEB tak) en gemengde complexen bouwen. Dat helpt doorstroming en verbetert leefbaarheid in wijken.
     
  • Bedienen middensegment vanuit DAEB. Idealiter wordt het bouwen van woningen in het middensegment (huur en goedkope koop) weer kerntaak (DAEB) van corporaties. Marktpartijen laten middensegment liggen, omdat zij daar geen rendement halen. Starters maken zo geen kans op de woningmarkt en doorstroming stokt.
     
  • Meer tijdelijke woningen. Die kunnen een oplossing zijn. Corporaties kunnen snel woningen realiseren voor urgenten als spoedzoekers en daklozen. Gemeenten moeten meer locaties leveren. Een huurcontract moet aansluiten bij de tijdelijkheid. En hergebruik van de tijdelijke woning (nu maximaal 15 jaar) moet mogelijk zijn. Anders blijft het onrendabel. Overigens zetten corporaties zich voor de langere termijn liever vol in voor structurele oplossingen voor voldoende woningen.
     
  • Woonvormen voor senioren. Belemmeringen voor collectieve woonvormen voor senioren en gemengd wonen moeten verdwijnen om het gat tussen eengezinswoning en verpleeghuis te verkleinen. Naast variatie in woningtypen is ook flexibele inzet van maatschappelijk vastgoed en bedrijfsonroerend goed nodig.
     
  • Rijk verantwoordelijk voor huurtoeslag. Dit blijkt een effectieve en efficiënte vorm van inkomensondersteuning (IBO Sociale huur, 2016). De verantwoordelijkheid voor zo’n essentieel onderdeel van het inkomen van 1,5 miljoen huishoudens hoort bij de overheid, niet bij woningcorporaties. Dit leidt tot rechtsongelijkheid, omdat dan twee toeslagstelsels zouden ontstaan: één voor sociale huurders bij woningcorporaties en één voor particuliere huurders.
     
  • Werken aan een haalbare businesscase voor nieuwbouw. Nieuwbouw blijft onrendabel, zeker in verband met de oplopende bouwkosten en strengere eisen. Maatwerk is nodig, zeker als de marktwaarde in bepaalde gebieden achterblijft bij de kostenontwikkeling.
     
  • Gezond en veilig wonen. Wij vragen de Rijksoverheid om proportioneel, risico-gestuurd beleid als het gaat om gezond en veilig wonen. Denk hierbij aan asbestsanering, brandveiligheid, constructieve veiligheid en vocht en schimmel in woningen. Na een incident is de reflex te grijpen naar strengere regels. Dit leidt tot hoge, extra kosten, terwijl die strengere regels vaak helemaal niet nodig zijn in het licht van veiligheid en vergunningen.