Eenmalige huurverlaging in 2021

In 2021 geldt de Wet Eenmalige Huurverlaging Huurders met een Lager Inkomen. Deze wet betekent dat huishoudens in een sociale huurwoning recht hebben op een eenmalige huurverlaging, als ze relatief te duur wonen. Het gaat hierbij om huishoudens met een inkomen onder de inkomensgrenzen voor passend toewijzen én een huurprijs boven de voor hen geldende aftoppingsgrens. Zij krijgen eenmalig recht op huurverlaging naar die aftoppingsgrens.

Welke huishoudens komen in aanmerking voor huurverlaging?
 

Type huishouden Inkomen tot inkomensgrens Huurverlaging naar
Één persoon Tot en met 23.725 euro 633,25 euro

Één persoon, AOW-gerechtigd
op 1-1-2021

Tot en met 23.650 euro 633,25 euro
Meerdere personen Tot en met 32.200 euro

Twee personen: 633,25 euro

Drie of meer personen: 678,66 euro

Meerdere personen, van wie
tenminste één AOW-gerechtigd
is op 1-1-2021

Tot en met 32.075 euro

Twee personen: 633,25 euro

Drie of meer personen: 678,66 euro


Voor woningen met een huurprijs boven de laagste aftoppingsgrens (633,25 euro in 2021) krijgt de woningcorporatie van de Belastingdienst te horen of een huishouden in aanmerking komt voor een eenmalige huurverlaging op basis van het inkomen over 2019. En zo ja, hoe groot het huishouden is.

Huishoudens die na 2019 een inkomensdaling hebben gehad en/of waarbij de huurprijs boven de aftoppingsgrens is gekomen en daardoor ook in aanmerking komen voor huurverlaging, kunnen zelf een verzoek indienen bij de corporatie.

Hoe gaat het proces bij de Belastingdienst?

Vanaf begin januari 2021 kunnen woningcorporaties een account aanvragen via een digitaal portaal van de Belastingdienst. In een uitgebreide handleiding is daar te lezen hoe het portaal werkt. Voor aanvragen van inkomensindicaties voor de huurverlaging voor huurders met een laag inkomen blijft het portaal open tot en met 14 maart 2021.

Het aanvragen van het account en de inkomenscategorieën gaat via het Portaal voor Inkomensafhankelijke Huurverhoging. Via dit portaal kunnen later in het jaar ook huishoudverklaringen worden opgevraagd voor de eventuele inkomensafhankelijke hogere huurverhoging. Daarvoor kunnen dezelfde accountgegevens worden gebruikt.

Zodra de corporatie een account heeft, kan zij inkomensindicaties aanvragen met behulp van het BAG-id of postcode + huisnummer voor de sociale huurwoningen met een huurprijs boven de lage aftoppingsgrens (633,25 euro). Zo wordt duidelijk voor welke woningen de huurverlaging mogelijk geldt. De huurverlaging geldt niet voor geliberaliseerde huurovereenkomsten.

De Belastingdienst levert naar verwachting vanaf half februari het resultaat aan de woningcorporaties die voor die tijd een aanvraag hebben gedaan. Ook na medio februari kan de corporatie nog inkomensindicaties voor de huurverlaging aanvragen. Dit is mogelijk tot 14 maart 2021. Voor aanvragen na half februari krijgt de corporatie binnen één week het resultaat.

Woningcorporaties ontvangen een email zodra de resultaten van hun aanvraag in het portaal staan. De Belastingdienst meldt de resultaten terug via een antwoordbestand met daarin een indicatiecode die bestaat uit een letter. De indicatiecode is te herleiden naar de betekenis van de resultaten. Zie ook de handleiding op het portaal.

Een voorbeeld:
Het woonadres krijgt een indicatie L,3 terug. De indicatie code L houdt in dit voorbeeld in dat het gezamenlijk inkomen in 2019 van het huishouden in de categorie ‘laag inkomen’ valt. Het inkomen van inwonende kinderen tot 27 jaar wordt hierbij buiten beschouwing gelaten. Het cijfer 3 betekent dat het een huishouden van drie personen is. Dit is van belang voor welke aftoppingsgrens van toepassing is.

Woningcorporaties moeten bij de huishoudens die ervoor in aanmerking komen vóór 1 april 2021 een huurverlagingsvoorstel indienen. De huurverlaging gaat in op de eerste dag van de tweede maand na de datum van het voorstel (dus minimaal een maand na het voorstel). Dit betekent dat als het huurverlagingsvoorstel in februari wordt verstuurd, de huurverlaging ingaat op 1 april 2021. Wordt deze verstuurd in maart, dan gaat de huurverlaging in op 1 mei 2021.

Kunnen huurders ook zelf huurverlaging aanvragen?

Ja, dat is mogelijk. Huishoudens die na 2019 een inkomensdaling hebben gehad en/of waarbij de huurprijs boven de aftoppingsgrens is gekomen en daardoor ook in aanmerking komen voor huurverlaging, kunnen zelf een verzoek indienen bij de corporatie. Daarbij geldt wel dat deze inkomensdaling tenminste zes maanden voorafgaand aan het verzoek tot huurverlaging is opgetreden.

Zij moeten dan gegevens aan de corporatie aanleveren. Dit kunnen salarisstroken, uitkeringsspecificaties of een verklaring van de boekhouder (wanneer de huurder een zzp’er is) zijn. Ook verstrekt de huurder een zelf opgestelde verklaring over de actuele samenstelling van het huishouden.

Wanneer een huurder zelf de aanvraag doet en voor eenmalige huurverlaging in aanmerking komt, dan moet de corporatie binnen drie weken na ontvangst van de actuele inkomensgegevens het huurverlagingsvoorstel doen. De huurder kan een eenmalige huurverlaging aanvragen tot 31 december 2021. Ook hier geldt dat de huurverlaging ingaat op de eerste dag van de tweede maand na de datum van het voorstel. Als bijvoorbeeld het voorstel wordt verstuurd in augustus, dan gaat de huurverlaging in per 1 oktober 2021.

De huurder kan eventueel naar de Huurcommissie om een uitspraak te vragen als hij of zij vindt dat de huurprijs ten onrechte niet wordt verlaagd of te weinig wordt verlaagd.

Meer informatie