Bewoners

Welke rol hebben corporaties bij het huisvesten van vluchtelingen?

Welke stappen doorloopt een asielzoeker in Nederland?

Stap 1: Aankomst en asielaanvraag

Een asielzoeker die in Nederland aankomt, moet zich melden in het Groningse Ter Apel bij de centrale ontvangstlocatie van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA). Vanuit Ter Apel komen zij terecht in één van de aanmeldcentra in het land. De asielprocedure duurt 8 dagen tot 6 maanden. In de tussentijd wonen ze in een asielzoekerscentrum (AZC). Op 28 september 2015 zaten 36.254 mensen in AZC's, vooral uit Syrië (46 procent), Eritrea (12 procent) en Ethiopië (8 procent).

Stap 2: Verblijfsvergunning

13.250 asielzoekers kregen in 2014 een tijdelijke verblijfsvergunning en waren vanaf dat moment vergunninghouders. Het COA geeft aan de gemeente door dat er woonruimte nodig is voor de vergunninghouder. Na 5 jaar kunnen vergunninghouders een definitieve verblijfsvergunning aanvragen. Zij kunnen ook een verzoek indienen voor gezinshereniging. Begin 2016 wachten ruim 14.500 mensen met een verblijfsvergunning in AZC's op een woning.

Stap 3: Huisvesting

Gemeenten krijgen op basis van hun grootte elk jaar een taakstelling van het Rijk om een bepaald aantal vergunninghouders te huisvesten. Het COA gaat er vanuit dat er gemiddeld één woning per twee mensen nodig is. Bij een taakstelling van 30.000 zijn er dus 15.000 huizen nodig. Vergunninghouders mogen niet zelf beslissen waar ze gaan wonen. Op basis van een informatieprofiel van het COA zoekt de gemeente geschikte woonruimte. Bijna altijd zijn het corporaties die de statushouders huisvesten.

Gemeenten moeten in de eerste helft van 2016 20.000 vergunninghouders huisvesten

In de tweede helft van 2015 moesten gemeenten 14.900 vergunninghouders huisvesten. Doordat ze er 16.753 werd een deel van de achterstand ingehaald. De taakstelling voor de eerste helft van 2016 is vastgesteld op 20.000, plus een opgelopen achterstand van 3.394.

Hoe groter een gemeente hoe meer vergunninghouders zij moet huisvesten

Boxtel moest in 2015 52 vergunninghouders huisvesten, Den Haag 465 en Amsterdam 1377. Gemeenten haalden een groot deel van de taakstelling, maar hebben (door opgelopen achterstand in vorige jaren) vaak nog wel een achterstand per 1 januari 2016.

Corporaties huisvesten - behalve vergunninghouders - nog andere mensen met een urgentieverklaring

Een derde van de vrijkomende huurwoningen in Amsterdam gaat naar urgenten

Het percentage vrijkomende corporatiewoningen dat naar iemand met een urgentieverklaring gaat varieert per regio en stad. Lokaal worden daar afspraken over gemaakt. In Amsterdam ging in 2013 een derde van de vrijgekomen woningen naar urgenten. In Utrecht was dat een kwart. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om mensen met een medische indicatie, psychiatrische patiënten die van een instelling naar een sociale huurwoning verhuizen en mensen die moeten verhuizen door stadsvernieuwing.

In 2014 kwamen nieuwe vergunninghouders meestal uit Syrië en Eritrea