Vitale wijken

Woningcorporaties en hun huizen zijn een blijvende factor in wijken, buurten en dorpen. Corporaties blijven zich ervoor inzetten dat bewoners zich thuis voelen in hun woning en de wijk. Helaas laat onderzoek zien dat een groot aantal wijken achteruit gaat, terwijl de directe woonomgeving zo belangrijk is. Het is de leefomgeving waar je je mee kunt identificeren. Daarom is het zo belangrijk dat corporaties de ruimte krijgen om de wijken vitaal te houden.

In het kort

In deze korte video schetst Aedes-voorzitter Martin van Rijn de uitdaging rond Vitale wijken.

Wat hebben we nodig?

  • Investeringen in gerichte wijkaanpak. Nederland moet meer investeren in vitale wijken. Meer veiligheid, minder overlast, meer samenhang. Kinderen moeten zorgeloos op straat kunnen spelen. Een landelijke nieuwe wijkaanpak is nodig met goede samenwerking tussen zorg, veiligheid en wonen.
     
  • Geoormerkte ondersteuning en zorg. Kwetsbare mensen moeten voldoende zorg en ondersteuning krijgen. De decentralisatie in het sociaal domein heeft gaten geslagen in het vangnet van sociale voorzieningen. Er moet meer rijksgeld naar gemeenten om mensen in de wijken te begeleiden in het wonen en van de juiste zorg te voorzien. Er zijn ogen en oren nodig voor het vroegtijdig signaleren van problemen.
     
  • Meer veiligheid in de wijk. Woningcorporaties signaleren ‘achter de voordeur’ vaak als eerste problematiek bij bewoners. Deze signalen zijn cruciaal voor een snelle aanpak. Het delen van signalen en samenwerking met instellingen is soms lastig. Wijkagenten zijn steeds minder aanwezig in de wijken. Instellingen werken nog te vaak vanuit hun eigen koker. Lokale instanties moeten bijvoorbeeld gegevens uit kunnen wisselen. Daarvoor moet er een convenant gegevensuitwisseling komen. Dat helpt ook om ondermijning tegen te gaan.
     
  • Gemengd woningaanbod. Voor woningcorporaties is een aantal regels in de Woningwet beperkend. Corporaties kunnen niet gemengd bouwen omdat ze geen middeldure huurwoningen kunnen bouwen (zie: Voldoende en betaalbare woningen). Hogere inkomensgrenzen en flexibeler toewijzingsregels, in plaats van het strikte passend toewijzen, kunnen helpen bij een betere sociale mix.
     
  • Alle betrokkenen zijn aan zet. Een wijkaanpak moet lokaal onder regie van de gemeente leiden tot concrete afspraken over samenwerking en de bijdrage van alle partijen: gemeente, zorg, welzijn, politie, justitie, onderwijs en woningcorporatie. Die afspraken zijn in het hele land nodig, in de stad, maar zeker ook op het platteland, waar heel andere – even urgente – vraagstukken spelen.
     
  • Meer ruimte aan voorzieningen. Op het platteland staat door wegtrekkende jeugd en vergrijzing de leefbaarheid onder druk. Dat geldt ook voor beschikbaarheid van voorzieningen: de basisschool, huisartsenpraktijk, buurtverenigingen. Corporaties kunnen investeren in deze sociale infrastructuur, iets betekenen in ‘de stenen’ van deze voorzieningen, als daar de wettelijke ruimte voor komt. 

Leestip

De tweedeling neemt toe tussen arme en rijke wijken. Onderzoeker Jeroen Frissen, corporatiebestuurder Hester van Buren en Tweede Kamerlid Carla Dik-Faber geven hun visie in Aedes-Magazine