4. Versnellen verduurzamen gebouwde omgeving

In het Klimaatakkoord (gebouwde omgeving) zijn ambities en afspraken vastgelegd over de verduurzaming van de volledige woningvoorraad. Deze zijn ook de basis voor deze Actieagenda. Nieuwbouw bouwen we duurzaam, zonder aardgasaansluiting. De bestaande woningvoorraad wordt in de komende 30 jaar aardgasvrij gemaakt. We kunnen de wijkgerichte aanpak met als einddoel 2050 niet voor ons uitschuiven, daarom is het ook noodzakelijk ons te richten op tussenstappen en het behapbaar maken van de transitie. We werken gefaseerd: van makkelijke ingrepen (laaghangend fruit) en no-regret-maatregelen naar opschaling. Dit alles is gericht op een aanpak die aansluit bij de wensen van bewoners naar comfortabele, betaalbare en toekomstbestendige woningen. Ontzorgen, verleiden en serieuze participatie van bewoners zijn daarbij cruciale uitgangspunten. 

  • Een aantal wijken kan nu al collectief worden verduurzaamd, bijvoorbeeld via een warmtenet. Maar ook via ingrepen aan individuele woningen, zoals isolatie en de installatie van een (hybride) warmtepomp, wordt de komende jaren al CO2 bespaard. Kostenreductie en innovatie worden door opschaling en collectieve aanpakken bereikt. Alleen afspraken maken op papier is niet genoeg, daarom spreken we af duurzaam samen te werken bij de uitvoering, bij te sturen en waar nodig afspraken te hernieuwen.
  • Veel bouwstenen staan (bijna) klaar om de volgende stap richting CO2-neutraliteit in de gebouwde omgeving te maken; opschaling van de aanpak blijft daarbij cruciaal. Aan de andere kant is de focus tot nu sterk gericht op ‘harde’ instrumenten - techniek, kosten, regelgeving. Maar er is meer nodig. Nergens komt verduurzaming zo binnen bij burgers als in de gebouwde omgeving. Deze transitie komt letterlijk bij mensen achter de voordeur. Dat vraagt zorgvuldigheid. Daarom is draagvlak cruciaal en zetten wij in onze voorstellen de bewoner centraal.
  • Woningcorporaties willen tot 2030 door opschaling een flink deel van de beoogde CO2-reductie realiseren die nodig is in de bestaande bouw. De sector kan conform het Klimaatakkoord in deze periode 450.000 woningen isoleren tot een niveau dat geschikt is voor aansluiting op een alternatieve warmtebron (aardgasvrij-klaar). Aansluiting op een alternatieve warmtebron gebeurt al waar dat mogelijk is binnen of vooruitlopend op de wijkgerichte aanpak. Woningen waarvoor een aardgasvrij alternatief voorlopig nog niet beschikbaar is, krijgen een hybride oplossing. De nog aanwezige circa 285.000 woningen met een slecht energielabel (E, F, G) worden met voorrang verduurzaamd, met uitzondering van de woningen die binnen 10 jaar in aanmerking komen voor sloop-nieuwbouw en monumenten.
  • De afschaffing van de verhuurderheffing is mede noodzakelijk om de benodigde opschaling van verduurzaming door woningcorporaties sneller van de grond te krijgen. Ze kunnen deze verduurzaming dan woonlastenneutraal voor hun huurders uitvoeren. Van belang is dat hiermee de markt wordt aangejaagd en op termijn betere en betaalbaardere oplossingen beschikbaar komen.
  • Woningcorporaties bieden in wijken waar veel corporatiebezit wordt verduurzaamd aan dat particuliere eigenaren kunnen meedoen in de wijkgerichte aanpak. De Rijksoverheid zorgt dat financiële instrumenten voor particulier bezit aansluiten bij deze aanpak. Randvoorwaardelijk is dat er optimale condities gecreëerd zijn voor huiseigenaren om van het aardgas af te gaan.
  • Bouwpartijen zorgen voor voldoende uitvoeringscapaciteit voor deze versnelling. Voorwaarde daarbij is een betrouwbare, voorspelbare vraag voor de lange termijn. Daardoor kunnen ze investeren in innovatie en schaalvergroting en toewerken naar het realiseren van kostenreductie over de gehele bouwketen, van ontwerp- tot gebruiksfase (op basis van Total Costs of Ownership). Dat is een belangrijke methode om tot prijsverlaging te komen. Met de Renovatieversneller, de MMIP’s en het BTIC zijn hiertoe de eerste stappen gezet. Deze instrumenten moeten verder uitgewerkt en aangepast worden om te winnen aan de benodigde slagkracht.
  • In het kader van de doelstellingen binnen het rijksprogramma Circulaire bouweconomie spannen alle ketenpartijen zich in om de integrale milieubelasting over de gehele levenscyclus van woningen te minimaliseren.
  • Netbeheerders geven inzicht in de staat van het energienet en de (on)mogelijkheden van verschillende duurzaamheidsmaatregelen. De netbeheerders ondersteunen gemeenten in het maken van plannen, keuzes en oplossingen voor de warmtetransitie. Dit doen zij techniekneutraal, vanuit een optiek van systeemefficiëntie, met de kennis en expertise van het energiesysteem en netimpact. In deze samenwerking stimuleren zij een actieve houding, delen kennis over de impact die keuzes hebben op het net en berekenen wij of de transitiepaden kosteneffectief en systeemefficiënt zijn.
  • De energiebedrijven willen hun inzet in experimenteren opschalen, zoals de Startmotor, Renovatieversneller en Proeftuinen Aardgasvrije Wijken. Die opschaling geldt ook voor laagdrempelige no-regret oplossingen: op grote schaal isoleren, hybride warmtepompoplossingen breed uitrollen en inzetten op (verduurzamen/ontwikkelen van) warmtenetten waar dat eenvoudig kan. Energiebedrijven gaan huiseigenaren zo veel mogelijk ontzorgen, door een aanbod (producten en diensten) te ontwikkelen dat past bij de behoefte van de individuele huiseigenaar.
  • De energietransitie in de gebouwde omgeving is een sociale transitie. Voor mensen betekent het aanpassingen in hun levenswijze: koken, verwarmen, ventileren, gebruik van huishoudelijke apparaten. Het lukt alleen als zij geloof en vertrouwen in de transitie hebben en eigenaarschap voelen. Sociaal Werk Nederland, de Woonbond, Aedes en Vereniging Eigen Huis zien kansen samen te werken en bewoners met activiteiten te ondersteunen bij verduurzaming en lokale initiatieven te stimuleren.
  • De aanpak van verduurzaming en van leefbaarheid kunnen elkaar versterken. Sociale professionals kunnen de verbinding leggen met bewoners en ondersteuning bieden, met extra aandacht voor kwetsbare bewoners. Van de eerste buurtavond tot de uiteindelijke realisatie van maatregelen voor het verbeteren van leefbaarheid en duurzaamheid.

Wat is daarvoor nodig?

  • Uitvoering Klimaatakkoord: de uitwerking van een aantal cruciale afspraken uit het Klimaatakkoord blijft achter op de beoogde planning om de doelstellingen te halen en een haalbare en betaalbare energietransitie voor bewoners te realiseren. Een extra inspanning is noodzakelijk. De partijen in deze Actieagenda Wonen zien onder andere als belangrijke pijlers: een betaalbare oplossing voor de woningeigenaar en een regierol vanuit de gemeente voor de wijkaanpak.
  • Landelijk uitvoeringsprogramma: er is een landelijk uitvoeringsprogramma nodig om regie te voeren op de totstandkoming van de cruciale randvoorwaarden voor betaalbaarheid en financiering. In een Nationaal Programma Gebouwde Omgeving zullen partijen gezamenlijk de regie onder de juiste randvoorwaarden vormgeven. De minister met de portefeuille wonen, ruimte en leefomgeving coördineert dit programma.
  • Opschaling en innovatie: kern van de aanpak is opschaling en innovatie. Die moeten bijdragen aan het bereiken van een haalbare en betaalbare transitie. Investeren in innovatie en zekerheid van beleid voor de komende jaren is belangrijk. Het gaat om het versnellen en toegankelijker maken van de bestaande aanpakken, ook met het oog op samenwerking en vraagbundeling zoals in de Renovatieversneller, Startmotor, het Programma aardgasvrije wijken en het Programma bouwstromen. Opdrachten dienen daarvoor als gelijksoortige bouwtypologieën naar de markt gebracht te worden voor opschaling en leereffecten. De vragende partijen krijgen zo een verbeterd inzicht in het aantal, de fasering en de beoogde verduurzamingsaanpak van de te renoveren woningen. Zo ontstaat er concreet uitzicht op integrale kostenreductie over de gehele bouwketen op basis van Total Costs of Ownership.
  • Woonlastenneutraliteit: in het Klimaatakkoord is het streven vastgelegd om het aardgasvrij maken van de woningvoorraad voor alle bewoners woonlastenneutraal uit te voeren. Het is een belangrijke randvoorwaarde om mensen te laten meewerken aan de energietransitie, maar vergt wel financiële ondersteuning door de overheid om onrendabele toppen te compenseren. Verhuurders en huiseigenaren kunnen verduurzaming alleen dan woonlastenneutraal uitvoeren.
  • Verduurzaming onzelfstandige eenheden: het is nodig dat de verduurzaming in de woningwaardering van onzelfstandige woonruimten wordt opgenomen.
  • Ontzorging en verleiding van bewoners: versnelling van de verduurzaming van particuliere woningeigenaren is even hard nodig. Het vraagt een consumentvriendelijke strategie van ontzorging en verleiding. Daar willen we samen met de overheid aan werken. Hiervoor moeten naast de wijkaanpak ook spijtvrije maatregelen (hybride warmtepompen, isolatie) worden gestimuleerd. Wel moet de overheid zorgvuldigheid betrachten bij het stimuleren van leningen om toekomstige schuldenproblematiek te voorkomen.
  • Regie gemeenten wijkgerichte aanpak: gemeenten hebben de regie in de wijkgerichte aanpak. Zij moeten hiervoor voldoende ondersteund worden. Dat vraagt om een wetgevingskader dat hen de juiste bevoegdheden geeft en voldoende experts om hen te ondersteunen.
  • Bewonersondersteuning: om de positie van bewoners in deze aanpak te versterken, onderzoeken we in hoeverre, binnen de wijkaanpak, (financiële) ondersteuning van bewoners kan helpen de plannen van gemeenten goed te kunnen begrijpen en beoordelen.
  • Woningclassificatie: we ondersteunen de ontwikkeling van een geavanceerde woningclassificatie, die leidt tot betere renovatieadviezen aan woningcorporaties, (ver)huurders en eigenaren. Ook geeft het een impuls aan innovatie en opschaling en de beoogde kostendaling van de verduurzaming.
  • Inzet Europese Renovation Wave: we pleiten ervoor dat de middelen uit de Europese Renovation Wave worden ingezet bij die woningen (slechte labels) en die woningeigenaren (eigenaar-bewoners en verhuurders) die deze subsidie het hardste nodig hebben. Hiervoor kunnen naast de wijkaanpak ook spijtvrije maatregelen worden gestimuleerd, zolang deze toekomstige collectieve en/of wijkgerichte oplossingen niet in de weg staan.