3. Samen werken aan vitale en leefbare buurten

Goed wonen in leefbare wijken vraagt om het combineren van sociale maatregelen en fysieke ingrepen. Wonen, zorg, welzijn, veiligheid en de fysieke leefomgeving zijn onlosmakelijk met elkaar en met leefbaarheid verbonden. Mensen krijgen meer perspectief als ze in een draagkrachtige omgeving wonen met een goede sociale en fysieke infrastructuur en als ze voldoende mogelijkheden hebben tot laagdrempelige participatie. Dit geldt bij uitstek voor mensen die kwetsbaar zijn of een zorgbehoefte hebben. Zo maken we wijken leefbaar, bevorderen we sociale cohesie en voorkomen we veel zorg- en hulpvragen. In veel wijken vraagt leefbaarheid extra aandacht.

Fysieke omgeving: gemengde wijken

  • Draagkrachtige buurten, waar ook in Nederland, beginnen bij een goede mix van bewoners en woningen. Evenwichtige spreiding van specifieke groepen voorkomt eenzijdig samengestelde buurten. Gemeenten, marktpartijen en woningcorporaties zorgen daarom voor gemengde bouw- en herstructureringsprogramma’s en gerichte toewijzing van bewoners. Dat wordt onderdeel van hun prestatieafspraken. Er worden ook afspraken gemaakt over sociale voorzieningen in de wijk (ontmoeting en dagbesteding) en het vastgoed en de fysieke ingrepen die daarvoor nodig zijn.
  • Wijkbeheer en andere interventies zijn effectief gebleken voor de leefbaarheid in wijken. Gemeenten en woningcorporaties werken samen aan een schone, veilige, toegankelijke en gezonde openbare ruimte en leefomgeving. Woningcorporaties verhogen hiertoe hun budget van € 203 miljoen naar € 279 miljoen per jaar.
  • Woningcorporaties besteden jaarlijks € 250 miljoen extra aan woningverbetering en aan een versnelde en risicogestuurde aanpak van schimmel, lood, asbest en brandveiligheid in hun woningen (Gezond Wonen).

Sociale infrastructuur: gebiedsgerichte aanpak

  • Voor de sociale component van leefbaarheid is een gezamenlijke aanpak van gemeente, woningcorporaties, welzijns-, hulp- en zorginstellingen nodig. Goede participatie van bewoners is daarbij een noodzakelijkheid. Het doel is een leefbare wijk met sterke sociale cohesie en zo zelfredzaam mogelijke bewoners. De sleutel daarvoor zijn een gedeelde visie en wederkerige afrekenbare prestatieafspraken. Die afspraken gaan bijvoorbeeld over voldoende woningen en woonvormen voor bijzondere doelgroepen, een goede ruimtelijke en sociale basisinfrastructuur en laagdrempelige beschikbaarheid van ondersteuning (schuldhulpverlening, wijkteams, Wmo- en werkvoorzieningen).
  • Deze afspraken worden onder regie van de gemeente opgesteld. Bestuurders van de betrokken organisaties en vertegenwoordigers van wijkbewoners vormen een ‘board voor de sociale ontwikkeling van wijken en buurten’. Gemeenten nemen verantwoordelijkheid voor de uitwerking van afspraken in gebiedsgerichte aanpakken, liefst vanuit één gebiedsteam met één budget. De gemeenten geven gebiedsteams voldoende mandaat en instrumenten om direct en vanuit het belang van bewoners te handelen. Werken vanuit één team borgt samenwerkingsafspraken over delen van informatie, ondersteuning op alle levensgebieden, sociale ontmoetingen, ambulante zorg en vroegsignalering.
  • Wijkbeheerders vormen samen met wijkteams de basisondersteuning voor de burgers in de wijk. Het aantal wijkbeheerders wordt uitgebreid. Zij werken in de gebiedsteams samen met politie en met welzijns- en zorginstellingen.

Wonen en zorg

  • Wonen en zorg horen steeds vaker onlosmakelijk bij elkaar. Gemeenten, woningcorporaties en zorg- en welzijnsinstellingen nemen samen de verantwoordelijkheid om voldoende en passende woningen beschikbaar te stellen voor kwetsbare inwoners. Daar hoort het faciliteren van de zorg en ondersteuning aan huis voor mensen die dat nodig hebben bij.
  • Woningcorporaties zorgen ervoor dat er in de komende 15 jaar 50.000 eenheden worden gerealiseerd in geclusterde woonvormen, speciaal voor ouderen uit de doelgroep van woningcorporaties. Deze zijn voorzien van in ieder geval een gezamenlijke ontmoetingsruimte, die ook een functie voor de wijk kan vervullen.
  • Woningcorporaties investeren jaarlijks € 40 miljoen in het levensloopbestendig maken van bestaande woningen om het mogelijk te maken dat mensen langer zelfstandig thuis kunnen blijven wonen.
  • Ontwikkelaars en beleggers zullen ook een substantieel deel van hun nieuwbouwwoningen specifiek voor ouderen realiseren.
  • Niet alle zorg kan aan huis worden geleverd. Daarom moet de verpleeghuiscapaciteit voor 2025 worden uitgebreid met 25.000 verpleeghuisplaatsen, een vastgoedopgave van € 5 miljard. Verpleeghuizen en ouderenzorginstellingen hebben daarvan 15.000 plaatsen in de planvorming/projectontwikkeling staan, waarvoor financiële afspraken met de lokale zorgkantoren een randvoorwaarde zijn. Voor de aanvullende 10.000 plekken is verdere ondersteuning van de overheid nodig, waaronder meerjarige afspraken en reële tarieven.
  • Tot 2040 zijn nog eens 75.000 tot 120.000 aanvullende verpleeghuisplaatsen nodig ten opzichte van de capaciteit in 2018. De investeringen hiervoor komen uit het macrokader van VWS - deze volgt (bij ongewijzigd beleid) de demografische groei.
  • Kwetsbare mensen bieden we in de wijk naast een dak boven hun hoofd ook voorzieningen om te kunnen participeren in de wijk. Het gaat om sociaal vastgoed met ontmoetingscentra, dagbesteding en werkvoorzieningen.
  • Bij de toewijzing van een woning aan mensen uit een zorg- of opvanginstelling wordt, in overleg met de corporatie, meteen geregeld dat hij of zij de juiste zorg en ondersteuning krijgt om zelfredzaamheid te ondersteunen. De zorg wordt meer ambulant geleverd en verhuist als het ware met de cliënt mee van de instelling naar de wijk.
  • Woningcorporaties zorgen de komende twee jaar voor 10.000 flexwoningen voor mensen die dringend een woning nodig hebben, zoals (dreigend) daklozen, mensen die een instelling verlaten, arbeidsmigranten en statushouders. Gemiddeld gaat het tot 2035 over jaarlijks 3.500 flexwoningen.
  • Intermediaire verhuur aan kwetsbare groepen (zoals ex-dakloze mensen en ggz-cliënten) is een gezamenlijke taak en verantwoordelijkheid van woningcorporaties en zorgaanbieders. Ze maken de komende jaren afspraken over taakverdeling, kosten en risico’s.
  • De verschillende overheden maken een financiële paragraaf voor de huisvesting van alle bijzondere doelgroepen, conform de afspraak aan de Landelijke Regietafel Asiel.
  • Duidelijk is dat de verbetering van de leefbaarheid in kwetsbare wijken een investeringsinspanning vergt (gemengd vastgoed, openbare ruimte, zorg- en welzijnscapaciteit), maar ook een samenwerkingsinspanning van organisaties met verschillende achtergrond, belangen en financiering. Het succes daarvan is niet zozeer afhankelijk van nieuwe (gedetailleerde) regelgeving, maar juist van ‘ontregeling’: meer ruimte voor instellingen om lokaal en regionaal maatwerk te kunnen bieden. Elke stad, dorp of regio kan afspraken maken over welke doelen op het terrein van wonen, zorg, welzijn en veiligheid in samenhang worden nagestreefd. Dat vereist dan wel transparantie over en meten van bereikte resultaten. Partijen maken lokaal gebruik van de beschikbare instrumenten om deze monitoring te realiseren en succesvol gebleken strategieën te delen.

Wat is daarvoor nodig?

  • Zonder belemmeringen sectoroverschrijdend samenwerken: Om de beschreven gebiedsgerichte aanpak te laten werken moeten gemeenten, woningcorporaties, instellingen en marktpartijen gebiedsgericht en sector-overschrijdend kunnen samenwerken. Randvoorwaarden daarvoor zijn:
  1. Voldoende middelen voor het sociaal domein voor gemeenten en voldoende middelen binnen de Wet langdurige zorg voor de benodigde extra verpleeghuiscapaciteit en dekkende afspraken met de zorgkantoren.
  2. Ambulante behandeling stimuleren en preventie mogelijk maken in de Zorgverzekeringswet.
  3. Versoepeling van regels: er is wettelijke experimenteerruimte nodig om effectief te opereren en daarvoor moeten budgetten ontschot worden. Daarnaast moeten meer mogelijkheden gecreëerd worden om maatwerk toe te passen bij passend toewijzen in het belang van een evenwichtige samenstelling van wijken en buurten.
     
  • Structureel Volkshuisvestingsfonds: Een structurele rijksbijdrage aan verbetering van leefbaarheid: het Volkshuisvestingsfonds. Het leefbaar maken en houden van wijken in steden en dorpen vergt een lange adem, tijdelijke rijksbetrokkenheid sorteert te weinig effect. Alle gemeenten moeten gebruik kunnen maken van een structureel volkshuisvestingsbudget van € 300 miljoen per jaar.
  • Makkelijker informatie delen: meer mogelijkheden om informatie te delen (binnen privacyregels) voor adequate ondersteuning van kwetsbare bewoners. Dan kunnen goede samenwerkingsafspraken worden gemaakt.
  • Bevoegdheden huisvestingswet: meer bevoegdheden in de Huisvestingswet om woonoverlast, malafide verhuurders en discriminatie aan te pakken en goed verhuurderschap af te dwingen. In overleg met verhuurders wordt ingezet op toegespitste maatregelen die malafide verhuurders raken, maar goede verhuurders ontziet.
  • Positie stuurgroep Zorg en Veiligheid: de stuurgroep Zorg en Veiligheid functioneert als landelijk platform voor afstemming tussen zorg- en veiligheidspartners en het Rijk.
  • Aanpassing voorwaarden vervreemding vastgoed Wlz: het College Sanering Zorginstellingen past de voorwaarden voor vervreemding van vastgoed uit de Wet langdurige zorg aan. Het behoud van vastgoed en grond voor de zorg en haalbare samenwerkingsprojecten moet zwaarder wegen dan de hoogste financiële opbrengst.
  • Minder belemmeringen voor woningdelen: aanpassen van de Participatiewet en de AOW zodat er geen belemmeringen zijn om woningen te delen. Het stimuleren van hospitaregelingen waardoor ouderen langer zelfstandig kunnen wonen.