Verdieping

Stand van zaken woningmarktregio’s

In een brief van 13 juli informeert minister Blok de Tweede Kamer over de stand van zaken over woningmarktregio’s. In totaal zijn negentien aanvragen voor woningmarktregio’s ingediend die aan de voorwaarden voldoen.

In de Woningwet is vastgelegd dat gemeenten tot 1 juli 2016 gezamenlijk een aanvraag konden doen voor een woningmarktregio voor woningcorporaties. In de voorgestelde indeling zijn in elke regio meerdere corporaties aanwezig die daar hun kerngebied zouden hebben op basis van de aanvragen.

Te vormen woningmarktregio’s

Nu zijn er nog 1.600 bilaterale relaties tussen corporaties en gemeenten. Op basis daarvan kunnen corporaties nu nog uitbreiden door nieuwbouw of aankoop van bezit. Dit aantal zal afnemen naar 1.200 als de regio’s volgens deze indeling worden gevormd. Dit betekent dat in 400 gemeenten een corporatie bezit heeft in een gemeente die niet behoort tot haar kernwerkgebied. In gemeenten buiten de woningmarktregio geldt voor woningcorporaties een uitbreidingsverbod: zij mogen niet meer starten met nieuwbouw of aankoop van vastgoed. In totaal komen daardoor bijna 105.000 corporatiewoningen buiten het kernwerkgebied van de corporatie te liggen.

Investeringscapaciteit
In de brief maakt minister Blok een overzicht van de zogeheten indicatieve bestedingsruimte (IBW) per woningmarktregio. Die bestedingsruimte wordt uitgedrukt in geldbedragen die een corporatie zou kunnen lenen. In een aantal regio’s neemt de maximale IBW voor nieuwbouw sterk af omdat één of meerdere corporaties daar veel bezit buiten het kernwerkgebied hebben. Voorbeelden zijn de woningmarktregio’s Amersfoort (-29,5 procent), Arnhem/Nijmegen (-7 procent) en Drechtsteden (-5,4 procent). Daar staat tegenover dat in andere regio’s de IBW zal stijgen, omdat zonder een ontheffing de indicatieve bestedingsruimte aan de kernregio wordt toegerekend. Voorbeelden zijn de regio’s Noord-Holland Noord (13,9 procent), de U16 (11,8 procent) en Noordoost Brabant (10,4 procent).

De effecten voor individuele gemeenten zijn groter. De Kamerbrief noemt 25 gemeenten met de grootste afname in IBW na de vaststelling van woningmarktregio’s. Zonder ontheffingen zal de IBW in 14 gemeenten meer dan halveren. Als er binnen de regio geen alternatieven te vinden zijn, kunnen betrokken corporaties, in samenspraak met gemeenten, een ontheffingsverzoek op het verbod op nieuwbouw en aankoop doen. Aedes heeft er tevergeefs op aangedrongen om in een eerder stadium al meer duidelijkheid te verschaffen over het al dan niet verlenen van een ontheffing. De minister schrijft dat een ontheffing wordt verleend als in een gebied onvoldoende investeringscapaciteit beschikbaar is om aan de volkshuisvestelijke vraag te voldoen. De ontheffingsverzoeken zullen snel volgen op de vaststelling van regio’s. De minister zal de Tweede Kamer daarover na de zomer informeren.

Meer informatie over regionalisering en de gevolgen daarvan voor het werk van woningcorporaties staat in de Handreiking Regionalisering.