Praktijk

Aardbevingsgebied Groningen: ‘Zak geld alleen is niet dé oplossing’

Maarten Schurink, secretaris-generaal van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK), ging tijdens een bezoek aan het aardbevingsgebied medio april in Groningen in gesprek met woningcorporaties. Peter van Heeswijk, directeur-bestuurder van de corporatie Wierden en Borgen was daarbij aanwezig. Samen met hem blikken we terug op deze bijeenkomst. ‘De complexiteit van de aardbevingsproblematiek was voor Den Haag een openbaring’, zegt Van Heeswijk.

Wat vond u van het bezoek van Maarten Schurink?
‘Het was heel nuttig om Schurink te laten zien wat de complexe impact is van het hele aardbevingsdossier op de Groningse corporaties. En wat dat doet met een organisatie en de onzekerheid waar we mee zitten. We hebben goed duidelijk kunnen maken dat het niet een kwestie is van draaien aan wat knoppen en dan komt het wel goed. Zo simpel ligt het niet en er is niet één oplossing. Er is nog steeds grote onduidelijkheid over wat de toekomst gaat brengen. Zowel voor de corporaties als voor onze inwoners.’

De complexe problemen waar wij hier in Groningen als corporaties mee kampen is niet alleen maar met een zak geld op te lossen

Welke onduidelijkheden en knoppen heeft u het dan precies over?
‘Het lijkt erop dat het Rijk een zak geld ziet als dé oplossing. Er is genoeg geld hoor je vaak. Geld kan wel iets doen om de extra financiële lasten te verlichten, maar het is niet dé oplossing. Want voor welke woningen is er dan geld en wanneer en hoe en hoeveel? Dat weten we niet. Dat weet ik voor mijn eigen corporatie nog niet eens.

De onduidelijkheid zit hem ook in het beleid dat sinds 2015 al een aantal keer is aangepast waardoor in één woonwijk drie of vier regelingen gelden. Leg jij dan maar uit dat het huis van je buurman aan de overkant wel versterkt wordt en dat van jou niet. Normaal gesproken weten we wanneer er onderhoud moet gebeuren aan onze woningen en kunnen we dat plannen tot tien of vijftien jaar vooruit. Maar door de onduidelijkheden over de regelingen en financiering van het Rijk kunnen we dat nauwelijks een half jaar vooruit plannen. ’

Heeft u daar een voorbeeld van?
‘In Bedum gaan wij woningen renoveren.  Wij weten nog niet of deze woningen ook in aanmerking komen voor versterking door het rijk. Ondanks dat hier nog onduidelijkheid over is, beginnen we met renoveren. De bewoners kunnen we niet langer laten wachten. De kwaliteit van de woningen verslechtert anders té veel.

Maar we weten dus niet of er versterkingsgeld komt. Dus je vertelt aan die bewoner: “We gaan je woning verbeteren”. En die bewoner steekt zijn vinger op en vraagt: “Wanneer ga je hem dan versterken?”. En dan moet je antwoorden: “Dat weten we niet. Misschien gaan we dat later doen als het Rijk heeft bepaald dat de woning versterkt moet worden en daar geld voor is”. En dat is natuurlijk heel moeilijk uit te leggen aan bewoners. Bijna ongeloofwaardig. Die tegenstrijdigheid was voor Maarten Schurink een openbaring.’

Hoe ziet u de toekomst van uw corporatie?
‘De toekomst van Wierden en Borgen is zorgelijk. Voordat we voor al onze 4.000 woningen duidelijkheid hebben, ben je jaren verder. We kunnen ondertussen niet onze investeringen en onderhoud blijven uitstellen. En als je dan investeert, in renovatie en nieuwbouw bijvoorbeeld, wat doe je dan? Ga je in een gebied versterkte woningen neerzetten? Want bewoners willen wel zekerheid dat hun huis stevig genoeg is. Dat kost ons tienduizenden euro’s extra, zonder dat we weten of het Rijk deze kosten gaat compenseren. Of ga je in deze onzekere tijd woningen bouwen die niet aan die normen voldoen? Een duivels dilemma voor ons als woningcorporatie.’