Publicaties

Minister: Rijk neemt meer regie bij aanjagen nieuwbouw

Minister Ollongren (Wonen) gaat een actievere rol spelen om nieuwbouw te stimuleren in stedelijke gebieden met de grootste vraag naar woningen. Ze schrijft dat op 13 november 2017 aan de Tweede Kamer in een brief bij de jaarlijkse rapportage Staat van de Woningmarkt, een overzicht van de situatie op de Nederlandse woningmarkt. Uit die rapportage blijkt dat het aantal nieuwbouwwoningen in 2016 toenam en dat er meer huizen werden verkocht.

Afspraken versnelling woningbouw
De minister kondigt aan dat op korte termijn gesprekken starten met gemeenten, woningcorporaties, bouwers en investeerders, die moeten leiden tot afspraken over het versnellen van de woningbouwproductie. Ook komt er landelijk overleg met brancheorganisaties en belanghebbenden over de woningmarkt. De nieuwe Omgevingswet moet zorgen voor snellere procedures en woningcorporaties moeten eenvoudiger toestemming krijgen om huurwoningen in het middensegment te bouwen.

Koop en huur
Uit de Staat van de Woningmarkt 2017 blijkt dat de huurstijging vorig jaar de laagste was sinds 2010. Woningcorporaties benutten steeds meer de mogelijkheden om korting op de verhuurderheffing te krijgen via de bouw van goedkope huurwoningen of door kantoren om te bouwen tot woningen.
Er waren fors meer verkooptransacties, mede door toenemende doorstroming. Het aantal huishoudens met een hypotheekschuld boven de waarde van hun woning (‘onder water staan’) daalde van 33 procent in 2013 naar 15 procent in 2017.
De totale woningvoorraad nam sinds 2014 met 3,4 procent toe. Het aantal corporatiewoningen daalde met 0,8 procent. De huren bij woningcorporaties stegen gemiddeld met 1,4 procent. In de vrije sector was de huurstijging 1,7 procent. Ook bij corporaties daalde de schuldpositie ten opzichte van de waarde van het woningbezit, de loan to value. Die bedraagt nu 39 procent.

Middeninkomens
Dit jaar besteedt de Staat van de Woningmarkt apart aandacht aan huishoudens met een middeninkomen: van 35.000 tot 52.500 euro. Samen zijn dit 21 procent van alle huishoudens. Bijna driekwart van deze huishoudens woont nu in een koopwoning. Het aandeel middeninkomens in een corporatiewoning neemt af. Van de lage middeninkomens kan 41 procent een huur op of onder de liberalisatiegrens betalen. Bij hoge middeninkomens is dit 81 procent.

Energie
In totaal heeft 42 procent van alle woningen in Nederland een energielabel. Bij corporaties hebben 9 van de 10 woningen een label. Daarvan heeft 60 procent het C-label of hoger. Woningcorporaties nemen per woning meer ‘substantiële maatregelen’ om energie te besparen dan particuliere verhuurders en huiseigenaren. Opvallend is dat bij 41 procent van de huurders het energieverbruik na een energetische maatregel hoger ligt dan voor de maatregel. Dit wordt het ‘rebound-effect’ genoemd. 

Tijdelijke huurcontracten
Eind 2016 maakte bijna de helft van de corporaties gebruik van tijdelijke huurcontracten. Het gaat om 2,9 procent van het totaal aantal huurcontracten. Driekwart van deze contracten zijn campuscontracten voor studenten. De tijdelijke huurcontracten hebben bij zowel corporaties als particuliere verhuurders geleid tot meer woningaanbod: meer dan 5.000 extra woningen.