Publicaties

Staat van de Volkshuisvesting 2018: woningcorporaties bouwen meer woningen

Woningcorporaties bouwen steeds meer sociale huurwoningen. In 2018 en 2019 komen er naar verwachting 30.000 nieuwe woningen bij. Bouwprogramma’s zijn aangepast om voldoende woningen te hebben met een huurprijs onder de aftoppingsgrens (rond de 600 euro). Daarvoor bouwen ze wel kleinere huizen dan enkele jaren geleden. Dit blijkt uit de door minister Ollongren van Wonen gepubliceerde Staat van de Volkshuisvesting 2018 en bijbehorende rapporten

Dit bevestigt de in de Woonagenda vastgelegde ambitie van woningcorporaties om het aantal sociale huurwoningen uit te breiden. Daarmee zetten corporaties de stijgende lijn naar 34.000 woningen eind 2021 door.

Minister Ollongren geeft in de jaarlijkse Staat van de Volkshuisvesting een beeld van de algemene ontwikkelingen op de woningmarkt en de prestaties die woningcorporaties hebben geleverd. Beide ontwikkelen zich positief. Net als in haar speech bij het verenigingscongres van Aedes staat de minister in haar begeleidende brief stil bij de bestedingsruimte van corporaties. Ook in deze brief uit zij haar zorgen over de invloed van fiscale maatregelen op de bestedingsruimte in de sector afgezet tegen de grote investeringsopgaven in nieuwbouw, verduurzaming en betaalbaarheid. 

Betaalbaarheid en beschikbaarheid
Uit het rapport blijkt dat corporaties hun huurstijgingen verder hebben gematigd en de huurniveaus hebben aangepast om voldoende woningen beschikbaar te hebben voor huishoudens met recht op huurtoeslag. De totale huurstijging inclusief harmonisatie bedroeg in 2017 slechts 1,1 procent. Voor zittende huurders gingen de huren in 2017 in het gereguleerde deel met maar 0,5 procent omhoog. Daarnaast zijn de betalingsproblemen afgenomen en zijn corporaties minder vaak overgegaan tot huisuitzetting. Het aantal goedkope en betaalbare huurwoningen is toegenomen en de totale woningvoorraad is nagenoeg gelijk gebleven. Dit alles ondanks het feit dat bouwkosten en stichtingskosten zijn gestegen en de aanvangshuren door passend toewijzen zijn gedaald, waardoor de onrendabele top in de nieuwbouw is opgelopen van 45.000 euro in de afgelopen jaren naar 58.000 euro in 2017.

Financiële positie
De Staat van de Volkshuisvesting laat zien dat woningcorporaties er financieel goed voor staan. Corporaties hebben meer investeringsambities dan voorgaande jaren en de sector wil zijn goede positie benutten voor volkshuisvestelijke doelen. De investering in nieuwbouw en aankoop stijgt in 2017 met 14 procent, de investering in woningverbetering met 39 procent. Met de toename van de investeringsvoornemens geven de corporaties gevolg aan de grote maatschappelijke opgaven. Logisch gevolg hiervan is dat de resterende bestedingsruimte afneemt. Dit blijkt uit de ontwikkeling van de Indicatieve Bestedingsruimte Woningcorporaties, welke voor nieuwbouwinvesteringen met bijna 6 miljard is afgenomen tot 16,2 miljard euro. 

Verduurzaming
Meer ambities zijn er ook voor de investeringen in duurzaamheid. Aedes heeft de Routekaart CO2-neutraal 2050 ontwikkeld om woningcorporaties hierin te ondersteunen. Deze wordt in een groot deel van de prestatieafspraken gebruikt voor een toekomstvisie op CO2-neutraal woningbezit in 2050. In 2017 zijn de investeringen in onderhoud en verbetering inclusief verduurzaming van corporaties toegenomen met 600 miljoen, naar een totaal van 2 miljard euro. In de prognosecijfers verwachten corporaties dat de totale investering in duurzaamheid zal stijgen tot zo’n 2,4 miljard euro per jaar tot 2021. Dat blijkt ook uit de prestatieafspraken, waar lokaal vrijwel overal het energiezuinig maken van de woningvoorraad is opgenomen.