Publicaties

Staat van de Volkshuisvesting 2017: corporaties bouwen 32.000 woningen in 2018

Corporaties bouwen steeds meer nieuwe sociale huurwoningen. In 2018 zullen er naar verwachting 32.000 bijkomen. De nieuwe woningen hebben steeds vaker een huurprijs onder de aftoppingsgrens en zijn daarom gemiddeld kleiner. Dit blijkt uit de door minister Plasterk gepubliceerde Staat van de Volkshuisvesting 2017 en bijbehorende rapporten. Dit bevestigt de ambitie van woningcorporaties om het aantal sociale huurwoningen uit te breiden, zoals in de Woonagenda van Aedes is opgenomen.

Minister Plasterk geeft in de jaarlijkse Staat van de Volkshuisvesting een beeld van de algemene ontwikkelingen op de woningmarkt en de prestaties die woningcorporaties hebben geleverd. Beide ontwikkelen zich positief.

Betaalbaarheid en beschikbaarheid
In de Woningwet zijn vier onderwerpen vastgelegd waarover corporaties en gemeenten, in overleg met huurdersorganisaties, prestatieafspraken moeten maken. Uit het rapport blijkt dat corporaties hun huurstijgingen verder hebben gematigd en de huurniveaus hebben aangepast om voldoende woningen beschikbaar te hebben voor huishoudens met recht op huurtoeslag. Ook zijn de huurachterstanden en huisuitzettingen verder afgenomen.

Verduurzaming
Verduurzaming heeft in de Woonvisies van de gemeenten en in de prestatieafspraken verreweg de meeste aandacht. Corporaties investeren meer in duurzaamheid. Toch blijkt nog niet dat de doelstelling uit het Convenant Energiebesparing wordt gehaald, schrijft de minister.

Lokale knelpunten ouderenhuisvesting
Een omvangrijke nieuwbouw of renovatie om woningen voor ouderen te creëren, lijkt in de toekomst niet nodig, meldt het rapport over het thema wonen en zorg. Ouderen passen zich namelijk makkelijk aan veranderende omstandigheden aan, waardoor veel woningen al geschikt zijn. Wel zijn er lokale knelpunten. Bijvoorbeeld over zorg en ondersteuning aan huis op het platteland. Ook in portiekwoningen in steden is het een knelpunt om ouderen aan een beter passende woning te helpen.

Vluchtelingen
Bij urgente doelgroepen gaat de meeste aandacht naar de huisvesting van vergunninghouders. In de tweede helft van 2016 hebben vier keer zoveel vluchtelingen met een verblijfsvergunning woonruimte gekregen als in de eerste helft van 2014. Er wacht nog wel een groep op woonruimte, maar de verwachting is dat de instroom van vluchtelingen in 2017 verder afneemt.

Woonvisies en prestatieafspraken
Twee van de drie gemeenten heeft kort geleden een nieuwe Woonvisie vastgesteld. Van de overige gemeenten is circa 60 procent bezig met een nieuwe versie. Opvallend is dat in 2016 huurdersorganisaties 90 procent van de prestatieafspraken mede-ondertekenden. In 2015 was dit nog maar 18 procent. Huurders zijn goed aangehaakt, opleiding en professionele ondersteuning blijven voor hen wel van belang om hun rol goed te vervullen.

In veel Woonvisies is een verdere krimp van de sociale huurvoorraad geen optie en de helft van de gemeenten wil juist een toename.

Financiële positie
De financiële positie van corporaties is verder verbeterd in 2015. Zowel de financiële reserve als de mate waarin corporaties aan hun renteverplichtingen kunnen voldoen, zijn toegenomen. Voor een deel is dit te danken aan het verlagen van de bedrijfslasten door corporaties zelf. In de periode van 2011 tot 2015 zijn deze met meer dan 20 procent afgenomen. Tegelijkertijd waren hun inkomsten lager door een matiging van de huurstijging.

Governance
De governance bij corporaties vraagt nog wel aandacht. Dit ligt deels aan de vele veranderingen door de invoering van de Woningwet. Vooral kleinere corporaties hebben daar last van. Dit blijkt uit de visitatierapporten in 2016. Daaruit blijkt overigens ook dat de relatie en communicatie van corporaties met stakeholders hoog scoort.