Aedes-reactie

Aedes: ‘Laat corporaties investeren in sociale huisvesting’

De verhuurdersheffing die woningcorporaties elk jaar aan het Rijk betalen gaat ten koste van de sociale huisvesting. Woningcorporaties willen graag investeren in de grote opgaven op dat gebied, maar de heffing maakte de ruimte daarvoor veel kleiner. Dat schrijft Aedes in een brief aan de Tweede Kamer voorafgaand aan het debat over de staat van de volkshuisvesting.

Staat van de Volkshuisvesting
De Tweede Kamer praat woensdag 25 mei 2016 over de Staat van de Volkshuisvesting, de jaarlijkse rapportage over de sociale huursector. Daaruit blijkt dat woningcorporaties behoorlijk investeren, maar dat er nog een tandje bij moet om aan de opgaven te (blijven) voldoen. Zo moet het tempo om huurwoningen energiezuiniger te maken omhoog om de doelstelling van gemiddeld energielabel B voor 2021 te halen. Ook groeit de vraag naar sociale huurwoningen voor vluchtelingen. Tegelijkertijd willen corporaties de huren matigen om woningen betaalbaar te houden.

Schaf verhuurdersheffing af
Schaf daarom de verhuurdersheffing af, schrijft Aedes aan de Tweede Kamer. Of geef corporaties die investeren korting, zodat het geld zoveel mogelijk wordt besteed aan sociale volkshuisvesting. Woningcorporaties hebben, 2016 meegerekend, ruim 4 miljard euro gedoneerd aan de staatskas. Geld dat door de huurders is opgebracht.

Passend toewijzen
Aedes vraagt de Tweede Kamer verder om de regels voor passend toewijzen aan te passen. Als een huurtoeslaggerechtigde een sociale huurwoning huurt, mag de huur niet hoger zijn dan rond de 600 euro. Daarbij wordt echter niet gekeken naar de totale woonlasten en dat belemmert investeringen in verduurzaming van de woningen. Bij een energiezuinigere woning is de huur namelijk wat hoger, maar kunnen de totale woonlasten lager zijn omdat de energierekening lager is.

Regionale verschillen
Ook vraagt Aedes de politiek om meer rekening te houden met regionale verschillen. Zo vindt Aedes het een goed idee om te onderzoeken of de liberalisatiegrens per regio kan verschillen. Dat is de grens die bepaalt of een huurwoning tot de sociale of de vrije sector hoort. In een gespannen woningmarkt zou die grens wellicht hoger moeten liggen.

DAEB/niet-DAEB
Tot slot wijst Aedes de Kamer nogmaals op het beoordelingskader van de Autoriteit woningcorporaties (Aw) voor het scheiden van DAEB- (sociale huurwoningen) en niet-DAEB-bezit (geliberaliseerde woningen). Woningcorporaties gebruiken soms huuropbrengsten uit geliberaliseerde huurwoningen om de exploitatie van sociale huurwoningen rond te krijgen om zo gemengde wijken te vormen. Dit wordt ook wel het ‘Robin Hood-model’ genoemd. Van de Aw mag de DAEB-tak bij de scheiding echter geen rekening meer houden met opbrengsten uit de niet-DAEB-tak. Volgens Aedes legt de Aw de wens van de Tweede Kamer, zoals vastgelegd in de Woningwet, hiermee anders uit dan bedoeld.