Proces

‘Europese Commissie en Nederlandse regering wijzen naar elkaar in DAEB-zaak’

130 Nederlandse woningcorporaties strijden al jaren bij het Europese Hof tegen het DAEB-besluit van de Europese Commissie, waarin onder meer een inkomensgrens voor sociale huurwoningen is opgenomen. Op 7 juli 2016 was er een hoorzitting bij het Europese Hof van Justitie en op 27 oktober volgt de uitspraak. Ria Koppen, directeur Bedrijfsvoering bij Haag Wonen en woordvoerder van de procederende corporaties, vertelt.


Wat is het DAEB-besluit precies?

‘Na kritiek van Eurocommissaris Neelie Kroes voor Mededinging over de inrichting van de Nederlandse sociale huisvesting, heeft toenmalig minister van Wonen Eberhard van der Laan in 2009 afspraken hierover gemaakt met de Europese Commissie. Kroes vond de dienstverlening van Nederlandse corporaties te ruim en pleitte voor een inperking van de doelgroep. In het DAEB-besluit stelt de Commissie een inkomensgrens vast voor huurders van sociale huurwoningen. Dat willen wij niet: Nederland moet volgens ons zelf bepalen wie er tot de doelgroep van corporaties behoren. Wij willen voorkomen dat er mensen tussen wal en schip vallen.’

Deze zaak speelt al jaren, in juli 2016 was de hoorzitting van het hoger beroep bij het Europese Hof van Justitie. Waarom was dat hoger beroep nodig?
‘Omdat het Europees Gerecht ons bezwaarschrift tegen het DAEB-besluit in mei 2015 niet-ontvankelijk verklaarde: de Nederlandse woningcorporaties zouden geen partij zijn in deze kwestie. Wij vinden van wel; het besluit raakt woningcorporaties zonder meer. Vandaar dit hoger beroep.’

Hoe verliep de hoorzitting?
‘Vertegenwoordigers van de Europese Commissie zeiden dat het niet de Europese Commissie is die het DAEB-besluit heeft genomen, maar de Nederlandse regering. De Commissie beweert nu dat zij de Nederlandse regering slechts heeft geadviseerd en dat Nederland ook niet akkoord had kunnen gaan met deze aanbevelingen. En wij willen graag dat de rechter aangeeft dat het wél de Commissie was die Nederland onder druk heeft gezet om aanpassingen voor te stellen en de inkomensgrens uiteindelijk in het besluit vastlegde.’

Wat zegt de Nederlandse regering hier dan over?

‘Het is een politiek spel, ze wijzen naar elkaar. De Nederlandse regering zegt: “Wij kunnen niets doen aan die inkomensgrens, want dat wordt in Europa besloten.” En de Europese Commissie wijst dus naar de Nederlandse regering. Zo veegt iedereen zijn straatje schoon.’

Wat als het uiteindelijk niet lukt om het DAEB-besluit van tafel te krijgen?
‘De middeninkomens, van docenten tot brandweermannen, hebben geen toegang meer tot een sociale huurwoning. Ze zitten vast, omdat ze zich geen huur van 1.000 euro kunnen veroorloven en vaak moeilijk een hypotheek krijgen. Dat zien we nu al. Commerciële verhuurders zouden in dat gat moeten springen maar doen dat te weinig, omdat ze de grondprijzen te hoog vinden. En die partijen zijn ook niet geënt ingesteld op het creëren van gemengde wijken, om sociale problemen tegen te gaan.’

En als de Nederlandse regering gewoon zegt: ‘Wij voldoen niet aan het besluit van de Commissie?’
‘In Zweden speelt een soortgelijke zaak. Maar de Zweedse regering heeft gezegd: ‘Waar bemoeien jullie je eigenlijk mee? Wij bepalen zelf wie we toelaten tot de sociale huisvesting. We doen het gewoon niet.’ En de Europese Commissie vindt het prima, blijkt.’

Waarmee de Zweden hun sociale huisvesting dus niet als Diensten van Algemeen Economisch Belang mogen aanmerken en geen staatssteun mogen ontvangen. Kan dat wel? Nederlandse corporaties krijgen immers indirect staatssteun, door de achtervang op de leningen van corporaties en korting op grondprijzen.
‘Maar wij hebben in Nederland wel te maken met de verhuurdersheffing: corporaties betalen meer aan de overheid dan ze aan - indirecte - steun krijgen. Je kunt dus zeggen dat Nederlandse corporaties geen staatssteun krijgen.’