Standpunt

Aedes: ‘Vergaande inmenging EU in sociale huisvesting werkt averechts’

Betaalbare huisvesting en leefbare wijken zijn belangrijk voor de Europese Unie (EU), maar diepgaande inmenging van de EU in sociale huisvesting is onnodig en kan averechts werken. Aedes ziet graag dat nationale en lokale overheden de vrijheid krijgen om zelf hun sociale huisvesting in te vullen. De Europese Unie zou zich moeten concentreren op het ondersteunen en verspreiden van goede initiatieven en zich afzijdig moeten houden van politieke keuzes.

Huisvesting belangrijk voor de EU
Een sterke volkshuisvesting is belangrijk voor de EU. Met name omdat een sterke volkshuisvesting helpt bij het behalen van de EU2020-doelstellingen voor armoedereductie en op het gebied van klimaat en energie. En hoewel ‘Wonen’ geen beleidsterrein van de Europese Unie is, heeft de EU relatief veel invloed op de Nederlandse woningmarkt en woningcorporaties. Allereerst doet de EU gedetailleerde aanbevelingen over hervormingen in de Nederlandse sociale huursector. De EU heeft daarvoor onvoldoende zicht op de behoefte aan sociale huurwoningen en op de langdurige lokale effecten van maatregelen in de Nederlandse corporatiesector. Hoewel tijdige waarschuwingen van de EU over sociale en financiële problemen op woningmarkten welkom zijn, vindt Aedes de Brusselse inmenging in sociale huisvesting onnodig gedetailleerd.

Helder en ruim kader
Aedes pleit verder voor een helder en ruim Europees kader. Zonder door de EU opgelegde definities van sociale huisvesting. Zo krijgen nationale en lokale overheden de vrijheid terug om daar zelf invulling aan te geven. De definitie van Diensten van Algemeen Economisch Belang (DAEB) speelt daarin een belangrijke rol. Dat zijn diensten met een publiek belang, waarin de markt niet voorziet. Organisaties die deze diensten uitvoeren, mogen daarom staatssteun ontvangen. Zoals Nederlandse woningcorporaties staatssteun ontvangen doordat het Rijk en gemeenten garant staan bij leningen. De EU bepaalt het zogeheten DAEB-kader.

De Europese Commissie staat sociale huisvesting toe als DAEB-activiteit zolang het om achterstandsgroepen of sociaal kansarme groepen gaat. Die definitie kom uit een besluit over de sociale huisvesting in Ierland. De Commissie eiste vervolgens in 2009 van Nederland afspraken over de maximum inkomensgrens van sociale huurwoningen. Het is de vraag in hoeverre de Nederlandse situatie binnen deze benadering past en of de bevoegdheid van de Europese Commissie zover kan strekken. De verschillen in huisvestingsbehoefte, woningmarkten en sociale omstandigheden tussen EU-lidstaten zijn groot. Bij het vaststellen wat nu precies een DAEB-activiteit is, moeten volgens Aedes de lokale behoeften en maatschappelijke uitdagingen leidend zijn.

Ondersteunende rol Europa
Europa moet volgens Aedes ook een rol spelen in het ondersteunen en verspreiden van goede initiatieven, zoals op het gebied van energie en duurzaamheid in sociale huurwoningen. Initiatieven van Nederlandse woningcorporaties en hun Energieconvenant zijn een voorbeeld in Europa. Ook op het gebied van sociale maatregelen kunnen woningcorporaties aantonen dat hun bijdrage in steden en wijken veel maatschappelijk en economisch nut heeft. De EU zou rekening moeten houden met dit soort initiatieven en ze zeker niet moeten bemoeilijken.

De EU moet daarom kijken naar wat werkt en gemeenten, bewoners en hun woningcorporaties hierbij ondersteunen, niet voor de voeten lopen. Aedes wil ambitieuze EU-energiedoelen die gericht zijn op betaalbare woon- en energielasten en decentrale duurzame energie voor en door bewoners. Ook plannen voor een Europese stedelijke agenda zijn nuttig om EU-beleid beter te verbinden met decentrale uitdagingen wat betreft energie, armoede en leefbaarheid.