Nieuwe regeling voor overcompensatie staatssteun woningcorporaties

De regeling voor overcompensatie van te veel staatssteun aan woningcorporaties is gewijzigd en van kracht sinds 2 juni. Aedes is positief over deze regeling: er wordt mee voldaan aan de Europese staatssteunregels zonder dat er onnodig hoge administratieve lasten bij komen kijken.

Overcompensatie
Overcompensatie kan ontstaan als een woningcorporatie onterecht te veel staatssteun heeft ontvangen voor DAEB-activiteiten. Conform de Woningwet moeten corporaties in het uiterste geval zogeheten overcompensatie betalen aan de overheid. De regeling maakt deel uit van het Besluit toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015 en de wijziging werd op 2 juni 2021is de nieuwe overcompensatieregeling gepubliceerd in het Staatsblad. Daarmee werd de nieuwe regeling van kracht. Hieronder vindt u de belangrijkste elementen van de nieuwe regeling.

Wijzigingen

  • Het model in het oude BTIV werkte met meerdere formules. Dat is nu veranderd in een model met één formule (op basis van direct rendement) met drie aparte normen voor drie soorten corporaties (regulier, krimpcorporaties en zorgcorporaties).
  • De berekening van de normen voor overcompensatie gaat niet langer op basis van de vastgoedindex (IPD), maar op basis van de disconteringsvoet uit het Handboek Marktwaardering. De normen gelden net als voorheen voor vijf jaar.

Middelen over drie jaar

  • Bij de bepaling van af te dragen overcompensatie over enig jaar wordt de berekende overcompensatie van het afgesloten boekjaar en de twee jaren daarvoor gemiddeld. Voor de boekjaren 2018 en 2019 is middeling met voorgaande jaren echter niet (volledig) mogelijk.
  • Om die reden wordt de overcompensatie in deze boekjaren betrokken bij de bepaling van de af te dragen overcompensatie voor het boekjaar 2020. Daarbij wordt de berekende overcompensatie voor het boekjaar 2018 geheel meegenomen, de berekende overcompensatie voor het boekjaar 2019 voor 2/3 deel en de berekende overcompensatie voor het boekjaar 2020 voor 1/3 deel.
  • Vanwege deze volledige verrekening in latere jaren wordt geen aparte (af te dragen) overcompensatie voor de boekjaren 2018 en 2019 vastgesteld. Dit is een eenmalige overgangsmaatregel.

Saneringscorporaties
Ook woningcorporaties met een saneringsbijdrage kunnen worden getoetst op overcompensatie.  Dit geldt zowel voor corporaties die zelf worden gesaneerd als corporaties die bezit overnemen van een te saneren corporatie. Indien in deze gevallen overcompensatie wordt vastgesteld, zal de Aw toetsen of dit al dan niet in lijn is met de uitgangspunten en de bedoelingen van het saneringsplan. Rendementsverbetering kan immers expliciet onderdeel zijn van het saneringsplan  Uitsluitend als dat niet het geval is, kan de Aw overcompensatie vaststellen.