Verschillende warmteopties mogelijk

Aansluiten op warmtenetten is één van de mogelijkheden om de warmtevoorziening in woningen te verduurzamen. Er zijn echter ook andere mogelijkheden. Hier staan we stil bij de verschillende mogelijkheden en de rol van de gemeente en netbeheerder bij het maken van een afweging tussen duurzame warmteopties.

Aanpassingen in bijna iedere woning

Een CO2-neutraal woningbezit vraagt om aanpassingen in bijna iedere woning. De installaties die aardgas gebruiken (cv-ketel, geiser, gasfornuis) zullen plaats moeten maken voor andere installaties. Daarnaast zal een groot deel van de woningen in vergaande of minder vergaande mate moeten worden geïsoleerd. Welke aanpassingen in de installaties en de isolatie nodig zijn, hangt af van de warmtetechniek die in de warmtevraag van de woningen gaat voorzien.

Individuele en collectieve warmtetechnieken

Een warmtenet is een collectieve warmtetechniek; een of meerdere collectieve warmtebronnen verwarmen water dat via een buizensysteem naar de woningen wordt vervoerd. In de woning is enkel een afleverset nodig waar de aanvoer- en afvoerbuis van het warmtenet op worden aangesloten. Bij collectieve warmtetechnieken wordt een hele wijk of buurt aangesloten op dezelfde techniek.

Een warmtepomp is een individuele warmtetechniek. In elke woning wordt een aparte warmtepomp geïnstalleerd. Daarnaast wordt in de woning forse na-isolatie en een ander warmteafgiftesysteem (vloerverwarming, aangepaste radiatoren) toegepast.

Kiezen tussen warmtetechnieken

Om te kunnen bepalen of een warmtenet de aangewezen oplossing is voor het verwarmen van woningen in een gebied, is het allereerste belangrijk om vast te stellen of er een warmtebron aanwezig is die het warmtenet van voldoende duurzame warmte kan voorzien. Naast een warmtenet, zijn er ook andere opties waar de woningen gebruik van kunnen maken. Welke warmteoplossing het meest geschikt is, hangt samen met de energievraag van de woningen en met de aanwezige of geplande infrastructuur in een buurt of wijk (zie Figuur 1).

 Figuur 1: De drie knoppen die gezamenlijk de optimale warmteoptie in een woning bepalen (CE Delft)

Deze drie knoppen beïnvloeden elkaar. In een goed geïsoleerde woning is een elektrische warmte­pomp bijvoorbeeld een logische keuze. Daarentegen hoeft de woning minder zwaar geïsoleerd te worden wanneer er verwarming op hoge temperatuur mogelijk is (bijvoorbeeld een warmtenet­aansluiting of verwarming op groengas).

Voor woningcorporaties is de afweging van de mogelijke warmteopties een belangrijke vraag voor het strategisch voorraadbeleid. De Startanalyse van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) brengt in kaart wat de economische en duurzaamheidsgevolgen zijn van verschil­lende alternatieve warmtestrategieën op buurtniveau. Daarnaast zijn er andere tools, ontwikkeld door verschillende adviesbureaus, die gemeenten en woningcorporaties kunnen helpen met het oplossen van energievraagstukken. Bekijk een vergelijking van deze tools.

Wanneer uit deze tools blijkt dat een warmtenet voor de woningen in een gebied een geschikte warmtetechniek is, kan verder worden gegaan met het nadenken over het aansluiten van concrete complexen op warmtenetten. Het is hierbij aan te raden om de gemeente hiervan op de hoogte te stellen, zodat zij hier in hun eigen warmteplannen rekening mee kunnen houden.

Meer informatie over warmteopties

Bekijk de factsheets van de verschillende warmtetechnieken.

Terug naar Een CO2-neutrale warmtevoorziening