Regeling volkshuisvestingsfonds voor leefbare wijken 

Demissionair minister Ollongren stuurde op 12 maart 2021 een brief naar de Tweede Kamer over de Regeling Volkshuisvestingsfonds. De regeling, waarvoor 450 miljoen euro is gereserveerd, is bedoeld voor het verbeteren van de leefbaarheid in dorpen en wijken en kan door gemeenten worden aangevraagd. Ook voor projecten waarbij corporaties betrokken zijn kan er subsidie worden aangevraagd.  

De regeling biedt gemeenten de kans om voor fysieke ingrepen in kwetsbare wijken een eenmalige uitkering te krijgen. De ingrepen dienen de woonkwaliteit, leefbaarheid en duurzaamheid te verbeteren. Bij de beoordeling van toekenning wordt er ook gekeken naar de mate waarin het plan onderdeel uitmaakt van een integraal programma om wijken leefbaarder te maken. 

Nadeel van de regeling is dat deze vooral op de particuliere voorraad richt en eenmalig is. Aedes pleit ervoor om dit fonds structureel in te zetten en sterker op de sociale voorraad te richten. Problemen in sommige wijken vragen namelijk een langdurige aanpak. 

Indienen aanvraag 

Alle gemeenten kunnen een aanvraag indienen voor een bijdrage uit het Volkshuisvestingsfonds.  Gebieden waar de leefbaarheid het sterkst onder druk staat krijgen prioriteit. Dit zijn bijvoorbeeld de 16 stedelijke vernieuwingsgebieden en 13 grens- en krimpregio’s (anticipeergebieden). Gemeenten kunnen een aanvraag indienen voor: 

  • De inponding van woningen, of woningen met hoofdzakelijk een woonfunctie, om te herstructureren. 
  • Activiteiten gericht op de inrichting van de openbare ruimte, indien deze noodzakelijk zijn voor de herstructurering. 
  • De voor de uitvoering van het programma door de gemeente te maken noodzakelijke projectkosten, niet zijnde de gebruikelijke kosten van het ambtelijke apparaat, voor ten hoogste 10 procent van de aangevraagde uitkering. 

Hoewel alleen gemeenten een aanvraag kunnen indienen, biedt de regeling de mogelijkheid corporaties te betrekken in de aanvraag. Daarbij maakt het niet uit of de gemeente of de woningcorporatie de meeste kosten maakt. Er kunnen dus aanvragen worden ingediend waarin uitsluitend of bijna alleen maar corporatiebezit wordt aangepakt. Zolang de woningcorporatie daar bewezen onvoldoende financiële draagkracht voor heeft. Het is echter wel zo dat aanvragen met daarin de herstructurering van meer particuliere woningen een hogere score krijgen in de rangschikking. 

De regeling is open van 3 mei 2021 09:00 uur tot en met 17 mei 2021 09:00 uur. De aanvraag loopt via RVO. Vanaf heden is er via RVO hulp beschikbaar bij het aanvragen van een uitkering.  

Consultatie op conceptregeling 

Samen met corporaties heeft Aedes input geleverd op de conceptregeling Volkshuisvestingfonds. Aedes verzocht om een sterkere samenhang tussen sociaal en fysiek, en het loslaten van het minimum aantal woningen en investeringsbedrag. Na de consultatie is het minimumbedrag aangepast van 10 miljoen naar 7,5 miljoen. Het minimum aantal woningen binnen een aanvraag ging van 250 naar 200. Ook is de indicatieve bestedingsruimte (IBW) niet meer leidend bij aanvragen voor corporaties. 

Hoe wordt de financiële draagkracht beoordeeld? 

Als er woningen van woningcorporaties worden betrokken in de aanvraag dient een gemeente te waarborgen dat corporaties die kosten niet zelf kunnen dragen. Op grond van bijvoorbeeld de volgende niet-limitatieve lijst indicatoren: 

  • Financiële continuïteit. Huidige en toekomstige ratio’s van Autoriteit woningcorporaties/ Waarborgfonds Sociale Woningbouw van kasstroom en vermogen van de betrokken corporatie(s). Dat zijn onder meer de ICR, LTV, solvabiliteit en dekkingsratio’s. 
  • Portefeuillestrategie. Meerjarenprognoses zoals de meest recente dPi, aangevuld met meer recente informatie over activiteiten in de periode waarop de aanvraag betrekking heeft. 
  • Indicatieve bestedingsruimte van de betrokken corporatie(s).
  • Prognose van de balans tussen opgaven en middelen voor de gehele woningmarktregio gedurende de looptijd van de uit te voeren maatregelen.