Publicatie

Gedragsaanwijzing effectief bij aanpak woonoverlast

Een gedragsaanwijzing opleggen aan een bewoner die overlast veroorzaakt, kan een bruikbaar middel zijn om woonoverlast tegen te gaan. Dat blijkt uit het evaluatierapport van de pilot rond gedragsaanwijzingen, waaraan 53 woningcorporaties meewerkten.

Gedragsaanwijzing
Een gedragsaanwijzing is een verbod of gebod voor een gebruiker van een woning die overlast geeft. Bijvoorbeeld een verbod om harde muziek te draaien of een gebod om een hond te muilkorven. Woningcorporaties kunnen zo’n aanwijzing vrijwillig met de huurder overeenkomen of laten opleggen door de rechter. Met dit instrument kunnen corporaties iets aan de overlast doen, als het goed is zonder dat de huurder uit huis moet worden gezet.

Bekendheid
De gedragsaanwijzing is al langer wettelijk mogelijk, maar corporaties maken er nog nauwelijks gebruik van. Het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid (CCV) startte daarom in 2014 in opdracht van de overheid een pilot om meer bekendheid te geven aan het instrument.

Effectief
Meer dan vijftig corporaties deelden hun ervaringen met het CCV. In de pilot werden uiteindelijk achttien casussen van gemeenten en woningcorporaties gevolgd. In veertien van de achttien gevallen is de overlast gestopt en slechts in twee gevallen bleef de overlast ernstig. De gedragsaanwijzing is een ‘nuttige, bruikbare en veelal effectieve interventie voor het terugdringen van woonoverlast zonder dat daarvoor ontruiming nodig is’, volgens Regioplan, het onderzoeksbureau dat de pilot evalueerde.

Woningcorporaties en andere geïnteresseerden kunnen in het rapport alles lezen over hoe een gedragsaanwijzing werkt (bijvoorbeeld de praktische werkwijze, juridische aspecten en risico’s) en over de ervaringen van de deelnemende corporaties en gemeenten.