Opinie

Opinie: 'Waken voor herrijzen van probleemwijk'

Door de strikte regels voor sociale huisvesting blijven alleen zeer kwetsbare bewoners over in aandachtswijken, schrijven Aedes-voorzitter Marnix Norder en Eric Angenent, directeur-bestuurder van woningcorporatie Vivare, vandaag in een opinie in Trouw. 'Gespreide huisvesting is cruciaal voor de leefbaarheid van buurten en om segregatie te voorkomen.'

Presikhaaf, een wijk in het noordoosten van Arnhem, werd in 2007 aangewezen als zogeheten Vogelaarwijk, een van de 40 meest kwetsbare wijken in ons land. De buurt stond er slecht voor. Door veel te investeren en goede samenwerking tussen woningcorporaties, politie, gemeente, zorg- en hulpverleners zijn de leefbaarheid en het woongenot in Presikhaaf sterk verbeterd. De grootste zorg is nu dat al deze inspanningen straks voor niets zijn geweest.

Daarmee is Presikhaaf helaas niet uniek. Van Den Helder tot Maastricht: door heel Nederland zien corporaties de vitaliteit van wijken en straten met relatief veel sociale huurwoningen afnemen. De instroom wordt te eenzijdig; er is een surplus aan huurders met problemen, terwijl gezinnen en andere huurders die wat extra's kunnen doen vertrekken. Oftewel: het 'cement' en daarmee de draagkracht verdwijnen.

Een portiek waarin alleen nog maar hulpbehoevende ouderen, armlastige een- en tweepersoonshuishoudens en mensen met een beperking en/of statushouders wonen, is helaas geen uitzondering meer. In zo'n portiek is de sociale cohesie en veerkracht vaak ver te zoeken; daar liggen armoede, eenzaamheid en verloedering op de loer.

Dat ligt aan een complex van factoren. Eén daarvan is het passend toewijzen, onderdeel van de nieuwe Woningwet. Het idee hierachter is dat iedere huurder, vooral die met een laag inkomen, een woning krijgt die past bij dat inkomen. Op zich een goed plan: zo hoeven mensen minder aanspraak te maken op huurtoeslag. Maar deze maatregel heeft ook nadelen. Goedkopere sociale huurwoningen moeten grotendeels voor mensen met de laagste inkomens worden gereserveerd. In combinatie met de instroom van statushouders en het langer zelfstandig wonen van ouderen en verwarde personen werken de strenge regels segregatie in de hand. Er worden teveel kwetsbare huishoudens bij elkaar gehuisvest.

Ook bieden de toewijzingsregels te weinig ruimte voor maatwerk. Zo komen ouderen met alleen AOW, een klein pensioen en die slecht ter been zijn niet meer in aanmerking voor een iets duurdere, aangepaste huurwoning. Terwijl ze die graag zouden willen en genoeg spaargeld hebben om de huur te kunnen betalen.

De gevolgen zijn groot: alleen al door het passend toewijzen neemt volgens 56 procent van de corporaties de segregatie in de steden toe en 39 procent ziet de leefbaarheid achteruitgaan, leert een recente enquête. Gespreide huisvesting is cruciaal. Corporaties hebben wel enige speelruimte om daarop te sturen. Maar die is bij lange na niet toereikend om verdere concentratie van probleemhuishoudens te voorkomen.

Aedes, Vivare en de ongeveer 350 andere sociale huisvesters werken dagelijks aan een goed leefklimaat en woongenot in wijken. Voor ál hun huurders, dus ook voor de meest kwetsbaren. Maar om die taak naar behoren te kunnen blijven vervullen, moet er nodig iets gebeuren.

Lokale partijen moeten weer een groter deel van de regie in handen krijgen. Er moet meer ruimte komen voor maatwerk. Bijvoorbeeld in de vorm van versoepeling van toewijzingscriteria. Zoals verder kijken dan alleen naar het inkomen. Of – waar dat nodig is – meer ruimte voor investeringen in leefbaarheid en de bouw van huurwoningen voor bescheiden middeninkomens, een segment waaraan momenteel grote behoefte bestaat. Gemeenten en regio's zijn te verschillend voor landelijke regels. Die staan soms meer en betere samenwerking tussen corporaties, politie, gemeenten en zorg- en hulpinstanties in de weg.

Er is het afgelopen decennium veel geïnvesteerd in de sociale huursector. Met succes. Echter, er dreigt een stevige terugval. Willen we het ontstaan van nieuwe Vogelaarwijken voorkomen, dan moet een nieuw kabinet ingrijpen.