Vernieuwingsagenda

Innovatiechallenge: ‘Elke huurder moet goed kunnen wonen’

‘Elke huurder, kwetsbaar of niet, moet goed kunnen wonen. Maar dat is nog niet zo eenvoudig. Daar moeten we aan werken’, zo vat Walter Hamers, bestuurder van woningcorporatie Talis, het vraagstuk samen waar hij met zijn team aan werkt in de Innovatiechallenge Leefbare Wijken en Buurten 2018-2019.

‘Vernieuwen is voor mij grenzen verleggen. En dat moeten wij doen omdat we door veranderingen in de zorg te maken hebben met huurders die zorg en begeleiding nodig hebben. Maar het maakt ons niet uit of iemand GGZ-zorg krijgt of dement is, al onze huurders moeten goed kunnen wonen.’ Hamers is vraageigenaar van team 1, dat startte met een brede vraag: ‘Hoe komen we - binnen ruimtes die nu ontstaan - tot nieuwe bestuurlijke arrangementen voor integrale aanpakken op het gebied van wonen, zorg en welzijn die zorgen voor passende zorg en begeleiding en tegelijkertijd leiden tot een fijne en betrokken leefomgeving?’

Aanscherping van de vraag
Na het eerste werkatelier ging het team op bezoek in de Nijmeegse wijk de Meijhorst. Door voor een specifieke wijk te kiezen, bakende het team het vraagstuk af. De wijkagent, welzijnswerker, coördinator sociale wijkteam, wijkbeheerder en wijkadviseur van Talis deden hun verhaal. In het tweede werkatelier heeft het team van Hamers bewoners geïnterviewd om een beter beeld te krijgen van de dagelijkse praktijk. Op basis daarvan zijn twee persona’s uitgebreid omschreven: Iris, een GGZ-cliënt die nu 7 maanden begeleid zelfstandig woont, maar met wie het soms een periode even fout gaat, en haar bovenbuurvrouw Henriëtte, die al 18 jaar in de wijk woont en ziet dat er in haar flat andere type bewoners komen wonen. Zij vraagt zich af bij wie ze moet zijn om te melden dat het met Iris niet goed gaat.

Inleven in elkaars wereld
Hamers: ‘In onze gesprekken heb ik gevoeld hoeveel inzet professionals willen leveren om het goed te laten gaan. En ik heb ervaren dat het zo anders is als ik met de blik van de zorgprofessional naar Iris kijk. En andersom geldt hetzelfde: voor de hulpverlener wordt het zo anders als hij zich inleeft in buurvrouw Henriëtte.’ Het inleven in elkaars wereld leverde het team veel extra inzichten en vragen op. Wat moet er nu gebeuren? ‘We kunnen de vraag alleen maar beantwoorden als we intensief samenwerken. Deze innovatiechallenge is voor ons een fantastische kans om met elkaar te onderzoeken hoe we concrete vraagstukken uit de praktijk het beste oplossen en wat dit betekent voor alle betrokken professionals.’

Wat betekenen oplossingen in de dagelijkse praktijk voor alle betrokken professionals?

Hamers licht toe: ‘We willen onderzoeken op welke tijden, in welke situaties, wie nodig is. Is dat tijdens kantooruren? In het weekend? Is dat de zorgprofessional of de wijkbeheerder? En wat betekent dat dan voor arbeidsvoorwaarden, bereikbaarheid of personele bezetting?’ Privacyregels zijn een ander voorbeeld. ‘Wat is het effect van AVG en kunnen we met respect voor privacyregels op een vertrouwelijk manier informatie met elkaar delen, in het belang van de betrokken bewoners?’

Hamers besluit: ‘We werken intensief samen met wel tien verschillende organisaties. Als de samenwerking die nodig is niet past binnen de huidige regels, moeten we vooral snel nieuwe afspraken maken. Waar hulpverleners intensief samenwerken op uitvoerend niveau, wordt de stap om ook op bestuurlijk niveau afspraken te maken een stuk kleiner.’