Vernieuwingsagenda

Innovatiechallenge: ‘Geef huurders een andere rol’

Roland Marx, bestuurder van woonstichting Leystromen, heeft een duidelijke filosofie: ‘Bij  woningcorporaties gaat het niet om sec exploiteren van woningen, dat kan de markt ook. Het maatschappelijk rendement is het bestaansrecht van woningcorporaties.’ Vanuit deze gedachte vervult hij de rol van vraageigenaar van team 5 in de Innovatiechallenge Leefbare Wijken en Buurten 2018-2019.

Team 5 gaat aan de slag met de startvraag: ‘Hoe krijgen we - vanuit gelijkwaardigheid en wederkerigheid - onze huurders in een andere rol waardoor er ander gedrag ontstaat dat bijdraagt aan fijne, leefbare en veilige wijken? Welke prikkels vanuit de corporatie zijn dan nodig, hoe geven we deze prikkels in praktische zin vorm en ‘what’s in it for me’ voor de huurder?’

Kernbegrippen in de vraagstelling zijn gelijkwaardigheid en wederkerigheid. Hoe kijkt Marx naar die begrippen? ‘De corporatiesector heeft lang gewerkt vanuit het idee ‘wij weten wel wat goed is voor de huurder’. Gelijkwaardigheid is soms ver te zoeken, want huurders hebben vaak niet veel te kiezen. Een huurder is al blij als hij aan de beurt is voor een huurwoning. Maar het gaat wel om zíjn woning, zíjn thuis.’

Om de leefbaarheid in de wijk of buurt te vergroten, is het echter zaak om huurders een andere rol te geven. Niet alleen die van klant, op grote afstand van de corporatie, maar een rol die vergelijkbaar is met een eigenaar of aandeelhouder. Bij die gedachte gaat het niet om financieel rendement, maar om wederkerigheid. Marx licht toe: ‘Als je huurders bij hun wijk en woning betrekt en de rol van informeel aandeelhouder geeft, krijg je ander gedrag. Niet alleen ten opzichte van de woning, maar voor de hele leefomgeving. En wanneer huurders een bijdrage leveren aan de leefbaarheid in een buurt of wijk, worden zij daar zelf ook beter van.’

Om de leefbaarheid in de wijk of buurt te vergroten, is het zaak om huurders een andere rol te geven.

Marx: ‘Vandaag zijn we gestart met huurdersinterviews om te peilen welke ideeën er leven om dit in de praktijk te brengen. Kunnen bewoners bijvoorbeeld een bijdrage leveren aan de groenvoorziening in hun wijk of het onderhoud van hun woning? We willen ook onderzoeken of er mogelijkheden zijn om huurders daadwerkelijk eigenaarschap te geven van onderdelen van de woning, zoals de keuken of het sanitair. Ik ben ervan overtuigd dat als je kijkt naar de vraag ‘what’s in it for me?’ en het belang van de huurder materialiseert, dat dat leidt tot gedragsverandering.’

Van een hoogleraar Publiek Leiderschap tot een jonge twintiger van Bureau Jonge Honden. De samenstelling van team 5  is heel divers. Marx: ‘In samenspraak met het BlomBerg Instituut hebben we niet alleen corporatiemedewerkers, maar ook diverse mensen van buiten betrokken. Mensen die je bij wijze van spreken eerst nog moet uitleggen wat een woningcorporatie is. Die kunnen bij uitstek out-of-the-box, zonder vooroordelen naar de uitdaging kijken.’

Het komende jaar willen we laten zien hoe het concreet anders kan, en leren van wat er goed en fout gaat. 

Het eerste werkatelier is achter de rug. ‘Daarin hebben we naar werkmethodes gekeken en de formulering van de vraagstelling kritisch onder de loep genomen. Is deze wel concreet genoeg en toetsbaar?’, vertelt Marx. ‘Ook hebben we begrippen als ‘eigenaarschap’ met het hele team besproken, zodat duidelijk is waar we het met elkaar over hebben.’

De Innovatiechallenge is een programma van een jaar. Wat wil Marx na afloop bereikt hebben? ‘Pasklare antwoorden op het vraagstuk hebben we nog niet, het wordt een zoektocht waarin we ongetwijfeld vele zijwegen zullen bewandelen. In het komende jaar willen we laten zien hoe het concreet anders kan, en leren van wat er goed en fout gaat. Echte innovatie vindt immers niet plaats achter een bureau, maar in de praktijk.’