Leefbaarheid gebaat bij afspraken tussen corporaties en zorginstellingen

Sturen op instroom, betere samenwerking tussen corporaties onderling en heldere afspraken met zorginstellingen. Het zijn volgens Luc Severijnen, bestuurder van de Eindhovense woningcorporatie ‘thuis punten waarmee corporaties de leefbaarheid kunnen beïnvloeden. ‘Oplossingen klinken logisch, toch gaat het in de praktijk veel minder soepel dan op papier.’

Eindhoven staat er goed voor. Er is werkloosheid, er zijn mensen met problematische schulden, met psychische problemen of een verslaving. Maar er zijn geen grote uitschieters. Toch zegt dat niet alles, weet Severijnen. ‘Hoewel we hier niet kampen met echte grotestadsproblematiek, hebben we wel degelijk buurten waar de leefbaarheid onder druk staat.’

Ondersteunen en sturen

‘thuis is een van de vier corporaties in de stad met vooral woningen in vier gemeenten eromheen. ‘In Eindhoven zelf hebben we vooral bezit in de wijken ’t Ven, Woensel en Bloemenbuurt. En laten dat nou net de wijken zijn met een concentratie aan sociale problemen. We hebben hier complexen waar meer dan de helft van de bewoners contact heeft met het wijkteam. Dat zegt genoeg.’

’thuis is erg actief als het gaat om ondersteuning van kwetsbare huurders. Toch was een eerder onderzoek naar veerkracht in de wijken aanleiding om het eigen beleid nog eens goed tegen het licht te houden. ‘De instroom is heel eenzijdig’, vertelt Severijnen. ‘Hoewel we ruimte hebben om een deel van onze woningen toe te wijzen aan huurders met middeninkomens, maken we daarvan vrijwel geen gebruik. Die ruimte kun je wel nemen, door bijvoorbeeld je systemen aan te passen.’

En al lijkt het een open deur, samenwerking blijft volgens Severijnen een zeer belangrijke sleutel in verbetering van de leefbaarheid.

’thuis werkt al jaren met andere corporaties en zorginstellingen als GGZ, maatschappelijke opvang en jeugdzorg succesvol samen in het project DOOR. ‘Ex-intramurale patiënten krijgen bijvoorbeeld een woning, waarbij de GGZ intensieve begeleiding verzorgt. Als na een jaar blijkt dat de huurder zelfstandig verder kan, neemt hij het huurcontract over van de GGZ-instelling. In 90 procent van de gevallen gaat dit goed.’

Decentralisatie

Een project als DOOR laat zien dat nauwe samenwerking zowel de individuele huurder als de buurt veel oplevert. Toch werkt een dergelijke aanpak blijkbaar niet overal. ‘Iedere gemeente heeft, mede door de decentralisatie, de zorg weer op een andere manier ingericht’, ziet Severijnen. ‘Werk je in meerdere gemeenten, dan moet je dus overal weer nieuwe afspraken maken. Dat kan het plaatsen van kwetsbare huurders enorm in de weg zitten.’

Afspraken en budget

Volgens Severijnen ligt het grootste probleem bij tekorten in zorgbudgetten. Veel gemeenten zitten aan hun grenzen. Ze kunnen niet de zorg en begeleiding leveren die nodig is voor kwetsbare groepen, zoals mensen met een GGZ-achtergrond of ouderen die thuiszorg nodig hebben. ‘Dat maakt corporaties soms huiverig voor het plaatsen van bepaalde huurders. Moeten wij deze groepen bedienen? Ja, dat moeten wij. En ja, dat kunnen wij. Met goede samenwerking en duidelijke afspraken met zorg- en welzijnsorganisaties, die over voldoende budget beschikken.’   

Aedes heeft onderzoek laten doen naar de leefbaarheid in wijken met veel corporatiewoningen. Daaruit bleek dat de situatie in veel gevallen is verslechterd ten opzichte van een aantal jaar geleden. De resultaten van het onderzoek staan in het rapport Veerkracht in het corporatiebezit