Nieuwe versie model huurovereenkomst zelfstandige woonruimten

Het model huurovereenkomst voor zelfstandige woonruimten is aangepast. Aedes heeft samen met VBTM Advocaten de versie van april 2018 geactualiseerd. Aanleiding is de wijziging van de Warmtewet per 1 juli 2019. Ook is de recente rechtspraak over het hebben van hoofdverblijf in de woning verwerkt en zijn de bepalingen aangevuld naar aanleiding van praktijkvoorbeelden.

De belangrijkste wijzigingen in de aangepaste model huurovereenkomst:

  • De Warmtewet is per 1 juli 2019 gewijzigd. De kosten van de warmte kunnen corporaties als servicekosten bij de huurder in rekening brengen. Het is niet meer nodig naast de huur separate warmteleveringsovereenkomsten af te sluiten.
  • Uit de uitspraak van het gerechtshof Amsterdam op 2 april 2019 volgt, dat de bewijslast of een woning als hoofdverblijf geldt niet geheel bij de huurder mag worden gelegd. Wél mag een corporatie van de huurder verwachten dat hij bij twijfel feiten en omstandigheden aanvoert dat de woning onafgebroken het hoofdverblijf was (verzwaarde stel- en motiveringsplicht). Artikel 6.7 van de algemene voorwaarden is daarom aangepast.
  • Aedes krijgt steeds vaker vragen van corporaties die handhavend willen optreden tegen in de gemeenschappelijke ruimten (onveilig) gestalde scootmobielen. Het expliciet benoemen van de scootmobiel in artikel 6.11 biedt corporaties de mogelijkheid om op deze bepaling te wijzen.
  • In artikel 6.14 in het uitgangspunt neergelegd dat de huurder zelf een inboedelverzekering afsluit. Voor schade die onder de dekking valt, is dan eerst de verzekeraar in beeld. Vervanging van huisraad is dan sneller gedekt. Als de schade door de verhuurder is veroorzaakt, moet deze die vergoeden.
  • In de boeteregeling van artikel 15 staat dat de algemene boetebepaling alleen geldt voor overtredingen van de overeenkomst waar geen aparte of andere sanctie is gesteld. Uit recente jurisprudentie blijkt dat een boetebeding bovenop een algemeen boetebeding onredelijk is.
  • De WOZ-beschikking is nodig voor de puntenbepaling van een woning. Soms is er nog geen beschikking als de huur begint. De bepaling van artikel 16.4 verplicht de huurder om zich in dat geval in te spannen eerst een tussentijdse WOZ-beschikking te verkrijgen, alvorens de Huurcommissie een oordeel te vragen over de hoogte van de huurprijs.