Proces

Rechter wijst vordering huurder tegen inkomensafhankelijke huurverhoging af

Op  2 november 2016 deed de rechter uitspraak in een zaak waarin woningcorporatie Vallei Wonen was gedagvaard door een van haar huurders. De rechter oordeelde dat de onrechtmatige verstrekking  van de inkomensverklaring door de Belastingdienst aan de verhuurder niets verandert aan het feit dat de extra, inkomensafhankelijke, huurverhoging in overeenstemming is met de wet.  De huurder heeft een huurverhoging gekregen die bij zijn inkomen past.  De vorderingen van de huurder zijn afgewezen.

De kern van het geschil tussen de corporatie en de huurder is de vraag wat de gevolgen zijn van een uitspraak van de Raad van State op 3 februari 2016. Volgens de Raad van State was er geen wettelijke basis voor de verstrekking van inkomensgegevens van huurders door de Belastingdienst aan verhuurders. Die wettelijke basis is er nu wel, omdat de wet (een artikel in het Burgerlijk Wetboek) kort na de uitspraak van de Raad van State is aangepast. 

Naar aanleiding van de uitspraak van de Raad van State rees de vraag of een huurder met succes een vordering tegen zijn verhuurder kan instellen om de inkomensafhankelijke huurverhoging terug te vorderen.

Passend bij inkomen
De rechter oordeelde op 2 november dat de onrechtmatige verstrekking het inkomensafhankelijke huurverhogingsvoorstel van  Vallei Wonen niet in de weg staat. Dat achteraf blijkt dat de belastinginspecteur de inkomensgegevens niet had mogen verstrekken, verandert niets aan het feit dat de extra huurverhoging in overeenstemming is met de wet. De huurder heeft immers niet weersproken dat zijn inkomen hoger is dan 43.785 euro. Het huurverhogingsvoorstel past bij het inkomen van de huurder.

Op de site van VBTM advocaten is meer informatie te vinden.