Publicaties

Evaluatie: steeds minder inkomensverklaringen opgevraagd

De inkomensafhankelijke huurverhoging is in 2016 over het algemeen goed verlopen, schrijft minister Plasterk in een brief aan de Tweede Kamer op 6 juli 2017 naar aanleiding van een evaluatie. Verhuurders vroegen fors minder inkomensverklaringen op.

Verhuurders vroegen in 2016 ongeveer 320.000 minder inkomensverklaringen van hun huurders bij de Belastingdienst op dan een jaar eerder. In 2015 was ook al een flinke daling te zien ten opzichte van 2014 (130.000). Dit komt doordat woningcorporaties nog meer dan eerder aandacht besteden aan betaalbaarheid, schrijft de minister. En doordat zij met hun huurdersorganisaties afspraken maken om geen gebruik te maken van inkomensafhankelijke huurverhoging.

Uit een eerder onderzoek van Aedes bleek dat meer dan de helft van de woningcorporaties in 2017 geen gebruikmaakt van de inkomensafhankelijke huurverhoging.

Lager percentage
Woningcorporaties mochten in 2016 een inkomensafhankelijke huurverhoging vragen aan huurders met een hoger inkomen. De corporaties die wel gebruikmaken van de mogelijkheid vroegen een veel lager percentage dan wettelijk mogelijk. Namelijk gemiddeld 1,4 procent aan inkomens tussen 34.678 en 44.360 euro, lager dan het toegestane percentage van 2,6 procent. En 2,2 procent aan huishoudens met een inkomen vanaf 44.360 euro, lager dan het toegestane percentage van 4,6 procent.

Aedes gaf bij de evaluatie aan dat verhuurders te weinig tijd hadden om inkomensverklaringen op te vragen en die vervolgens tijdig te verwerken en te versturen. Door alle extra inspanning van de corporaties lukte het toch net om alles rond te krijgen.

Huurbeleid 2017
Voor 2017 gelden andere percentages en inkomensgrenzen voor de inkomensafhankelijke huur. Lees hier de hoofdpunten.