Aedes: huurtoeslag is onmisbaar maar kan effectiever

Het toeslagenstelsel leidt tot te veel problemen, maar hervorming ervan kan grote effecten hebben. Dat staat in een rapport dat het kabinet liet maken. Zo kan aanpassing van de huurtoeslag leiden tot inkomenseffecten, minder keuzevrijheid voor huurders en verschuivingen in het woonbeleid. Wat Aedes betreft is de huurtoeslag een onmisbaar instrument. Verbeteringen zijn mogelijk, maar volledige hervorming is niet nodig.

Staatssecretaris Van Huffelen presenteerde op 14 december 2020 de Eindrapportage Alternatieven voor het toeslagenstelsel. Het huidige stelsel vergt te veel van het ‘doen-vermogen’ van burgers. Zij moeten zelf wijzigingen doorgeven. Doen ze dat niet, of te laat, dan krijgen ze te maken met terugvorderingen of nabetalingen. Het stelsel moet zekerder en voorspelbaarder. Maar, stelt het kabinet: er bestaat geen eenduidige, technische oplossing. Aanpassingen zijn niet zonder nadelen en vragen om een politieke weging. In de rapportage verkent het kabinet alternatieven.

Huurtoeslag onmisbaar

Aedes vindt dat de huurtoeslag onmisbaar is en dat volledige hervorming niet nodig is. Wel kan een aantal wijzigingen de effectiviteit vergroten en huurders meer zekerheid geven. Een hoger minimumloon of hogere uitkeringen kunnen zorgen dat minder mensen afhankelijk worden van huurtoeslag. Voor veel mensen zit het probleem immers in hun inkomen, niet in hoge huur.

Aedes denkt er graag over mee om de toeslag op een feitelijk inkomen te baseren, in plaats van op een schatting van de huurder. Dit leidt tot veel minder terugvorderingen. Bovendien zou de Belastingdienst mensen met een laag inkomen zelf kunnen benaderen, waardoor er minder non-gebruik is. Een andere mogelijkheid om terugvorderingen te voorkomen is dat corporaties de huurtoeslag direct verrekenen met de huur of dat ze de huurprijs doorgeven aan de Belastingdienst.

Onwenselijke alternatieven

Het kabinet noemt ook opties waar Aedes niets in ziet. Een daarvan is om de huurtoeslag voortaan te baseren op normhuren, in plaats van op de daadwerkelijke huur. Dat beperkt de keuzevrijheid van huurders, werkt segregatie in de hand en heeft ongewenste financiële effecten voor zowel huurders als corporaties. In de voorgestelde variant krijgt maar liefst 40 procent van de huurders hogere woonlasten. Dat is alleen te ondervangen als corporaties hun huren verlagen tot de normhuren, waarmee de overheid een stevig deel van inkomensondersteuning bij corporaties zou neerleggen.

Een ander voorstel is om de huren flink te verlagen en corporaties hiervoor te compenseren via de verhuurderheffing. Het lijkt een sympathieke maatregel, maar ook dat leidt tot een onwenselijke verschuiving van de verantwoordelijkheid voor betaalbaarheid van de overheid naar corporaties. Het onderzoek naar Opgaven en Middelen van Woningcorporaties heeft al overduidelijk laten zien dat corporaties verlaging van de verhuurderheffing keihard nodig hebben voor hun opgaven voor nieuwbouw en verduurzaming. Daarnaast raakt de relatie tussen huurprijs en kwaliteit uit het zicht.

Lees ook de opinie Handen af van de huurtoeslag van Marien de Langen, bestuurder Stadgenoot in AedesMagazine, editie 4 - 2020