Wat is huurtoeslag?

Huurtoeslag is een belangrijk instrument om het huren van een woning voor lagere inkomensgroepen betaalbaar te maken.

Wie krijgt huurtoeslag?
Om in aanmerking te komen voor huurtoeslag moet de maandhuur van de woning lager zijn dan 737,14 euro. Dat is de liberalisatiegrens die in 2020 geldt en komt overeen met de huurtoeslaggrens. Voor jongeren onder de 23 is de huurtoeslaggrens 432,51 euro. Daarnaast wordt gekeken naar het vermogen (spaargeld en beleggingen).

Tot en met 2019 bepaalden inkomensgrenzen of iemand in aanmerking kwam voor huurtoeslag. Sinds 1 januari 2020 zijn deze harde inkomensgrenzen vervallen, en loopt de huurtoeslag geleidelijker af. De inkomensgrenzen worden nog wel gebruikt bij passend toewijzen. 

Mensen moeten huurtoeslag aanvragen bij de Belastingdienst. In 2018 kregen 1,4 miljoen huishoudens huurtoeslag (in totaal 3,6 miljard euro).

Hoeveel huurtoeslag?
Hoeveel huurtoeslag iemand krijgt, is afhankelijk van de hoogte van het inkomen in relatie tot de hoogte van de huurprijs. Op basis daarvan wordt een basishuur vastgesteld: het bedrag dat een huurtoeslagontvanger ten minste zelf kan betalen. De huurtoeslag compenseert geheel of gedeeltelijk het verschil tussen deze basishuur en de feitelijke huurprijs.

Kwaliteitskortingsgrens en aftoppingsgrens
In hoeverre de huurtoeslag dit verschil compenseert, wordt bepaald door een aantal door de overheid vastgestelde grenzen. Hoe hoger de huur, hoe meer de toeslagontvanger naar verhouding zelf moet betalen.

  • De basishuur (de huur die huurtoeslagontvangers zelf moeten betalen) bedraagt in 2020 minimaal 232,65 euro voor huishoudens jonger dan de AOW-leeftijd, 230,83 euro voor oudere alleenstaanden en 229,02 euro voor oudere meerpersoonshuishoudens. De basishuur stijgt mee met het inkomen. Hoe hoger het inkomen, hoe hoger de basishuur en hoe groter het deel van de huur dat iemand zelf moet betalen. 
  • In 2020 is de kwaliteitskortingsgrens 432,51 euro. Het deel tussen de basishuur en de kwaliteitskortingsgrens wordt volledig vergoed door de huurtoeslag. 
  • Is de feitelijke huur hoger dan de kwaliteitskortingsgrens, dan hangt het af van de leeftijd en huishoudenssamenstelling van een toeslagontvanger wat hij van de huur boven de kwaliteitskortingsgrens nog vergoed krijgt. Daarbij hanteert de overheid de zogenaamde aftoppingsgrenzen.
    Voorbeeld 1: Zo krijgt een eenpersoonshuishouden van het deel tussen 432,51 en 619,01 euro (de aftoppingsgrens voor een- en tweepersoonshuishoudens) nog 65 procent vergoed, en van het deel boven 619,01 euro (dus tot aan de huurtoeslaggrens van 737,14 euro) nog 40 procent.
    Voorbeeld 2: Een meerpersoonshuishouden krijgt van het deel tussen 432,51 en 663,40 euro (de aftoppingsgrens voor drie- en meerpersoonshuishoudens) nog 65 procent vergoed, en van het deel daarboven 0 procent (tenzij tenminste een persoon ouder dan 65 of gehandicapt is, dan 40 procent).