Wet- en Regelgeving

Huurder moet eerst naar corporatie dan pas naar Huurcommissie

Update

Een huurder moet ook na de modernisering van de Huurcommissie eerst naar de interne of de regionale klachtencommissie van de corporatie, voordat hij de Huurcommissie benadert. Dat bevestigde minister Ollongren van Wonen bij het debat in de Eerste Kamer over de Wet modernisering van de Huurcommissie op 29 mei 2018. De Eerste Kamer heeft de wet op 5 juni 2018 aangenomen. De wet is gepubliceerd in het Staatsblad en treedt per 1 januari 2019 in werking.

Aedes had hiervoor gepleit en deed nog een aantal andere suggesties voor verbetering van de Wet modernisering van de Huurcommissie. 
De nieuwe bevoegdheid van de Huurcommissie houdt in dat zij klachten gegrond of ongegrond mag verklaren. Een sanctie opleggen mag niet en de verhuurder dwingen tot onderhoud of het betalen van een schadevergoeding mag ook niet. Hierover was eerder nog onduidelijkheid. Voor deze zaken moet de huurder volgens de minister naar de kantonrechter. Hetzelfde geldt als de verhuurder zich niets van een uitspraak van de huurcommissie aantrekt. 

Bevoegdheden
De Huurcommissie is wel bevoegd zich uit te laten over de huurprijs. Zij kan dus op verzoek van de huurder de huurprijs tijdelijk verlagen als er een gebrek is aan de woning en de verhuurder weigert dat gebrek te verhelpen. Er kan geen huurprijsverlaging plaatsvinden bij verstoring van het woongenot. Daarvoor moet de huurder zich tot de rechter wenden. Eerder was hier nog onduidelijkheid over. 

Verhuurdersbijdrage
Een aantal senatoren vroeg naar de verhuurdersbijdrage aan de Huurcommissie. De minister antwoordde dat het wellicht niet helemaal eerlijk is om het merendeel van de kosten bij de woningcorporaties te leggen, maar dat dit gebeurt om uitvoeringstechnische redenen. Het zou namelijk de makkelijkste, veiligste en meest doelmatige methode van inning van de bijdragen zijn. Wel gaf de minister aan dat woningcorporaties veel baat bij de Huurcommissie hebben. De minister heeft toegezegd bij de evaluatie van de nieuwe regeling na een jaar te onderzoeken of de verhuurdersbijdrage in verhouding is met het aandeel van de verhuurders die vrijgesteld zijn. 

De minister zet zich samen met gemeenten en verhuurders in voor een minder gespannen huurmarkt en een betere bescherming van huurders in de vrije sector, onder meer via afspraken in de Woonagenda en met een aanpassing van de Crisis- en herstelwet.