Vanaf 2020 stijgen de huren sociale huurwoningen minder snel

Na de Tweede Kamer heeft ook de Eerste Kamer het wetsvoorstel Wijziging huursomstijging aangenomen. Dit wil zeggen dat de gemiddelde huurverhoging (maximale huursomstijging) per woningcorporatie is vastgesteld op maximaal inflatieniveau. De huren van sociale huurwoningen stijgen daarom minder snel.

Hiermee is de afspraak over de huursomstijging uit het Sociaal Huurakkoord 2018 in de wetgeving verwerkt. De Woonbond en Aedes sloten in december 2018 dit Sociaal Huurakkoord om een gematigde huurontwikkeling te bewerkstelligen.

Inflatieniveau

De maximale huursomstijging is het percentage waarmee het gemiddelde van de huurprijzen van de door een corporatie verhuurde zelfstandige huurwoningen (eengezinswoningen, appartementen) per kalenderjaar mag stijgen.

Vanaf 2020 is de gemiddelde huurverhoging per corporatie op inflatieniveau gesteld (in 2020 is dat 2,6 procent). Hierdoor wordt de gemiddelde huurverhoging bij huurders van corporaties beperkt.

Lokale afspraken

Een corporaties kan lokaal in samenspraak met de huurdersorganisatie en de gemeente hiervan afwijken. De huursomstijging mag dan maximaal één procent boven het inflatieniveau liggen, om investeringscapaciteit te creëren voor noodzakelijke investeringen in nieuwbouw of herstructurering. Dit moet worden vastgelegd in de prestatieafspraken. In bijvoorbeeld Amsterdam hebben de partijen al, vooruitlopend op deze wetswijziging, een hogere huursomstijging afgesproken.

Meer informatie

Meer informatie over wijzigingen in het huurbeleid vindt u in het artikel 'Huurbeleid in 2020'.