Hoe om te gaan met specifiek maatwerk in 2021

De Wet eenmalige huurverlaging huurders met een lager inkomen is sinds 1 januari 2021 van toepassing. In deze wet zijn inkomensgrenzen en huurprijzen vastgelegd, waarmee huurders in aanmerking komen voor huurverlaging. Daarmee vervangt deze wet voor een belangrijk deel de afspraken die Aedes en Woonbond eind 2019 hebben gemaakt over specifiek maatwerk.

De afspraken zijn gemaakt naar aanleiding van het Sociaal Huurakkoord. Hierin staat dat huurders met een relatief laag inkomen in verhouding tot hun huurprijs een beroep kunnen doen op het zogenoemde specifiek maatwerk. Bij de nadere uitwerking eind 2019 is afgesproken bij welke inkomens en huurprijzen een huurbevriezing of huurverlaging van toepassing is. Corporaties hebben daarbij ruimte om lokaal met huurdersvertegenwoordigers ook andere afspraken te maken.

Andere inkomensgrenzen

De inkomensgrenzen in de Wet eenmalige huurverlaging wijken deels af van de uitwerking van het specifiek maatwerk, maar voor een groot deel overlappen ze elkaar. Een huurder die vorig jaar al in aanmerking kwam voor specifiek maatwerk, komt dit jaar in aanmerking voor een eenmalige huurverlaging.

Voor veel huurders met een relatief laag inkomen betekent de wet dat zij nu in aanmerking komen voor huurverlaging tot de zogenaamde aftoppingsgrens (633,25 euro voor een- en tweepersoons huishoudens; 678,66 euro voor huishoudens met drie of meer personen). Bij de afspraken over het specifiek maatwerk ging het om een huurverlaging tot de liberalisatiegrens (752,33 euro) of om huurbevriezing (= geen huurverhoging).

De verschillende inkomensgrenzen in 2021 zijn:

Wet eenmalige huurverlagina
Huishoudensgrootte 1 persoon 2 personen 3 of meer personen
  ≤ € 23.725 ≤ € 32.200 ≤ € 32.200

 

Specifiek maatwerk Sociaal Huurakkoord
Huishoudensgrootte 1 persoon 2 personen 3 of meer personen
Laag inkomen ≤ € 15.825 ≤ € 27.050 ≤ € 34.200
Midden inkomen > € 15.825 en ≤ € 27.575 > € 27.050 en ≤ € 37.775 > € 34.200 en ≤ € 44.400
Hoog inkomen > € 27.575 > € 37.775 > € 44.400

 

Lokaal maatwerk blijft mogelijk

Een klein deel van de huurders die vorig jaar een beroep konden doen op het specifiek maatwerk, kan dit jaar geen beroep doen op de Wet eenmalige huurverlaging. Het gaat daarbij met name om huishoudens met drie of meer personen en met een inkomen tussen 32.200 en 34.200 euro. Het blijft voor corporaties mogelijk om voor deze huurders aanvullend maatwerk af te spreken, bijvoorbeeld in de vorm van huurbevriezing of huurverlaging. 

Dat geldt natuurlijk ook voor andere huurders die financieel in de knel komen. Bijvoorbeeld als gevolg van de coronacrisis. Aedes en de Woonbond adviseren corporaties en huurdersorganisaties om hierover in gesprek te gaan en afspraken te maken.