Wet- en Regelgeving

Eerste Kamer neemt Wet Doorstroming Huurmarkt aan

Update

Op 1 juli 2016 geldt de inkomensafhankelijke huurverhoging, de huursombenadering wordt op 1 januari 2017 ingevoerd. Er komt een jaarlijkse inkomenstoets en meer ruimte voor tijdelijke huurcontracten. Dat zijn de belangrijkste punten uit de Wet Doorstroming Huurmarkt die de Eerste Kamer op 12 april aannam. SP, PvdD, PVV en GroenLinks stemden tegen.

>> UPDATE: Hoe ziet de huurverhoging voor 2017 eruit? Lees het in dit artikel: Hoofdpunten huurbeleid 2017: inkomens- en huurgrenzen en maximale huurstijging.

Huurstijging per 1 juli
Invoering van de huursombenadering in 2017 betekent dat op 1 juli 2016 de inkomensafhankelijke huurverhoging geldt. Vanuit de Eerste Kamer was er brede steun voor het invoeren van de huursombenadering. Vanaf 1 juli 2016 geldt een gemiddelde maximale huurstijging (huursom) van 1 procent (inkomensafhankelijke huurverhogingen boven 2,1 procent uitgezonderd), zoals Blok eerder aangaf.

De linkse oppositiepartijen vinden de huren voor grote groepen huurders nog steeds te hoog. De minister zei dat hij een vinger aan de pols blijft houden voor groepen waar betaalbaarheid in het geding is. Dit neemt de minister mee bij de evaluatie van de inkomensafhankelijke huur in 2016.

Jaarlijkse inkomenstoets
Er komt vanaf 2017 een jaarlijkse inkomenstoets. Huishoudens met een inkomen boven 39.000 euro kunnen een huurverhoging krijgen van maximaal inflatie plus 4 procent. Gepensioneerden en grotere gezinnen vanaf vier personen zijn hiervan uitgezonderd.

Tijdelijke contracten
Voor de tijdelijke huurcontracten wordt de maximaal mogelijke termijn twee jaar. Corporaties mogen deze tijdelijke contracten aanbieden aan verschillende doelgroepen, die de minister bepaalt. Dit zijn bijvoorbeeld huurders die tijdelijk in Nederland wonen vanwege werk of studie, huurders in de noodopvang of huurders die in verband met renovatie hun woning tijdelijk moeten verlaten. Huurders met zo’n tijdelijk contract behouden hun inschrijfduur. Verhuurders moeten bij contracten van maximaal één jaar huurders drie tot uiterlijk één maand voor de afloop van de huurtermijn laten weten dat het contract afloopt. Doen zij dit niet, dan ontstaat een contract voor onbepaalde tijd. De Eerste Kamer had veel vragen en kanttekeningen bij de tijdelijke contracten. Veel partijen vrezen dat deze contracten de standaard worden, vooral in de particuliere sector. De minister benadrukte echter dat contracten voor onbepaalde tijd de uitgangssituatie blijft wat het kabinet betreft.

UPDATE: Gelijke behandeling huurders
Senator Frank Köhler van de SP diende tijdens het debat een motie in die vraagt om gelijke behandeling van huurders van sociale huurwoningen, ongeacht het type verhuurder. Particuliere verhuurders zijn namelijk niet gebonden aan de maximale huursomstijging. Dat betekent dat ze al hun huurders jaarlijks 2,5 procent huurverhoging boven inflatie kunnen opleggen.

Aedes en de Woonbond hebben vrijdag 15 april een brief gestuurd naar de Eerste Kamer met het verzoek in te stemmen met deze motie. De motie haalde het echter niet.