Praktijk

Starters en vergunninghouders leven samen in Karmijn

Jonge starters, onder wie vluchtelingen met een verblijfsvergunning, leven samen in het tijdelijke woonproject Karmijn in Amsterdam Nieuw-West. De Alliantie heeft in nog geen half jaar tijd 88 eenpersoons- en 22 tweepersoonsstudio’s neergezet. Eelke Bo van de Weerd (21) koos bewust voor dit woonproject. ‘Ik wil iets doen aan sociale ongelijkheid.’

De nood in de gemeente Amsterdam is hoog: betaalbare huurwoningen voor starters zijn er nauwelijks en daarnaast zijn voor (jonge) vluchtelingen met een verblijfsvergunning extra woningen nodig. De studio’s blijven minimaal tien jaar staan op een locatie bij het voormalige ACTA-gebouw van de Alliantie, waarin nu studenten wonen. De tijdelijke studio’s kunnen na die periode opnieuw dienst doen als woningen op een andere locatie.

Rondgezworven 
Eelke Bo van de Weerd, student aan de Universiteit van Amsterdam, is blij dat ze een betaalbare huurwoning heeft gevonden. Al is haar studio in Karmijn niet groter dan 18 vierkante meter. ‘Ik heb in het ACTA-gebouw gewoond, als 18-jarige pak je alles aan, maar op een gegeven moment wilde ik een woning voor mijzelf. In Amsterdam is dat heel lastig. Ik heb een tijdje rondgezworven. Via Socius, beheerder van de studentenwoningen in ACTA, hoorde ik over dit project.’

Mensen helpen
Dat er ook vluchtelingen met een verblijfsvergunning wonen  vindt ze een pluspunt. Ze volgt nu een premaster sociologie aan de UvA. ‘Ik heb eerder aan de universiteit de specialisatie migratie en diversiteit gevolgd, maar dat bleef voor mij te veel hangen in de theorie. Hier kan ik echt mensen helpen, met concrete zaken, zoals een brief van de Belastingdienst vertalen. Ik wil iets doen aan sociale ongelijkheid.’ 

Van de Weerd is naast haar studie een paar uur per week in dienst bij Socius, die ook het tijdelijk woonproject Karmijn beheert. Dat ze bewoners ook professioneel bijstaat, vindt ze erg leerzaam. ‘Als er klachten zijn of een conflict, dan kan ik bemiddelen. Er staan hier twee gebouwen. Ik werk alleen in het andere gebouw. Voor die bewoners ben ik een neutraal persoon die een oplossing zoekt.’

In haar gang zijn twaalf studio’s voor een of twee bewoners, onder wie vluchtelingen met een verblijfsvergunning. Ze heeft al goede contacten. ‘Iedereen zegt elkaar gedag. Ik heb bij mijn buren thee gedronken, met mijn pantoffels aan. Soms verloopt de communicatie moeizaam, zoals met bewoners uit Eritrea. Zij spreken geen Nederlands en geen Engels. Maar met handen en voeten komen wij een heel eind. Vergunninghouders uit Syrië spreken goed Engels, dan kom je makkelijker tot een gesprek.’ 

Groeien 
Toch moet de onderlinge band tussen de bewoners nog groeien, constateert Van de Weerd. Iedereen heeft ideeën kunnen aandragen voor gezamenlijke activiteiten met budget van de gemeente. Zo zijn er plannen voor de gemeenschappelijke tuin die nog moet worden aangelegd. Van de Weerd: ‘Er ligt nu nog overal zand, maar het idee is om in de gedeelde tuin groente en fruit te kweken. Ook moet er een vuurplaats komen, waar iedereen elkaar kan ontmoeten. Daar kijk ik naar uit.’ 

Andere locaties  
Volgens gebiedsontwikkelaar Lysanne ter Brugge van de Alliantie heeft de corporatie samen met de gemeente ook andere locaties gevonden voor tijdelijke woningen voor starters, onder wie vergunninghouders. Aan de Th. K. van Lohuizenlaan in Amsterdam heeft de Alliantie een vergelijkbaar project met 81 studio’s gerealiseerd. Ook IJburg is in beeld. Ter Brugge: ‘We richten ons niet alleen op tijdelijke locaties. We bouwen ook veel vaste sociale huurwoningen, vorig jaar in Amsterdam nog 650. Het flexibele concept is daarnaast een goede tussentijdse oplossing.’