Praktijk

Poort6: ‘Vluchtelingen gespreid huisvesten dankzij voldoende aanbod’

De gemeente Gorinchem heeft woonruimte geregeld voor alle vergunninghouders die ze dit jaar moest huisvesten. Dat deed de gemeente samen met woningcorporatie Poort6, de enige werkzame corporatie in de gemeente. Hoe zijn ze daarbij te werk gegaan?

Voldoende aanbod
In 2016 moest Gorinchem 90 vergunninghouders aan een woning helpen. Daarvoor waren 35 sociale huurwoningen nodig. ‘Wij zitten in een ontspannen woningmarktgebied’, vertelt Herman van Hoeven, manager Stad & Buurt bij Poort6. ‘Daardoor is er voldoende aanbod en kunnen we deze doelgroep gespreid huisvesten over onze woningen.’

Belastingkantoor als opvangcentrum
Het grootste deel van de nieuwe inwoners woonde bovendien al in Gorinchem. Het COA opende begin dit jaar een leegstaand Belastingkantoor als opvangcentrum voor 300 asielzoekers. Met de corporatie, de regiogemeenten en het COA werd afgesproken dat de bewoners, zodra zij een verblijfsvergunning hadden, zo snel mogelijk eigen woonruimte zouden krijgen in de regio.

De gezinnen met jonge kinderen kwamen in Gorinchem terecht. ‘Zij waren hier immers al begonnen met integreren’, zegt Margriet Cats, medewerker beleid bij de gemeente en contactpersoon van Poort6 als het om vergunninghouders gaat. ‘Hun kinderen gaan hier naar school.’

Nauwelijks klachten
Poort6 heeft één van haar woonmakelaars vrijgemaakt die zich bezighoudt met het zoeken naar geschikte woningen voor deze doelgroep. Van Hoeven: ‘Diegene heeft bijna dagelijks contact met VluchtelingenWerk en de gemeente. De lijnen zijn kort.’ Poort6 heeft nauwelijks klachten van omwonenden, vertelt Van Hoeven. Wel heeft de corporatie veel contact gehad met bewoners voor de komst van het opvangcentrum. ‘In die wijk hebben wij veel woningen. De angst bij omwonenden was in het begin heel groot.’

Inmiddels gaat het zo goed dat het overleg tussen gemeente, corporatie, bewoners en andere instanties wordt afgebouwd. Van Hoeven: ‘Er zijn nu juist heel veel initiatieven in Gorinchem voor vergunninghouders.’ Zo heeft de corporatie een ruimte beschikbaar gesteld voor een naaiatelier op maandagochtend, waar vluchtelingen de kleding die ze hebben gekregen op maat kunnen maken.

Balans
Kan de gemeente niet een deel van de taakstelling van andere gemeenten op zich nemen, als het zo goed gaat? ‘Je moet ook rekening houden met de plaatselijke bevolking’, zegt Cats. ‘Er moet een goede balans blijven. Volgend jaar krijgen ook wij er natuurlijk ook weer vergunninghouders bij.’

Zij verwacht overigens niet dat het afschaffen van de landelijke urgentiestatus, zoals de Tweede Kamer wil, de huisvesting in Gorinchem belemmert. Gemeenten mogen dan alsnog zelf bepalen wie voorrang krijgt. ‘Wij blijven toegelaten vluchtelingen hoogstwaarschijnlijk met voorrang huisvesten.’

Alleenstaande vergunninghouders
De opgave van komend jaar kan wel problematisch worden als de gemeente dan veel alleenstaanden moet huisvesten, zegt Van Hoeven. Veel andere gemeenten hebben daar nu al mee te maken. ‘Het is lastig om alleenstaande vergunninghouders te huisvesten die later hun gezin laten overkomen. Vanwege het passend toewijzen kunnen wij hen niet de woning toewijzen met het aantal kamers dat nodig is voor het hele gezin. Dat zou anders geregeld moeten worden.’

Taakstelling
Platform Opnieuw Thuis houdt elk kwartaal bij hoeveel vergunninghouders een woning hebben gekregen. Veel gemeenten lopen nog achter op de taakstelling voor 2016. Momenteel wachten 14.772 mensen met een verblijfsvergunning in asielzoekerscentra op een woning. Dat aantal neemt de afgelopen maanden af, mede door de lagere instroom.