Praktijk

Place2BU: een eigen studio en toch samen

Bijna 500 jongeren, statushouders en bewoners die uit de maatschappelijke opvang komen, wonen op één locatie in Leidsche Rijn in Utrecht. In het project Place2BU van woningcorporaties Mitros en Portaal hebben zij ieder een eigen studio, maar leven zij ook samen. Anouk van Bommel (23) voelt zich er vanaf het begin thuis. ‘Je leert veel van elkaar.’ 

De 510 studio’s blijven ruim tien jaar staan in Leidsche Rijn, op een locatie waar voorlopig niet zou worden gebouwd. Volgens projectleider Joop ten Brink van Mitros heeft het project Place2BU veel pluspunten: Utrecht telt de komende tien jaar ruim 500 sociale huurwoningen extra, de prefabwoningen zijn in korte tijd neergezet én de woningen bieden onderdak aan verschillende doelgroepen waarvoor de corporatie zich inzet. 

Sociaal betrokken
Van Bommel, die drie dagen in de week als projectleider bij een vereniging voor blinden en slechtzienden werkt, twijfelde geen moment toen ze via haar zus op Facebook over het project Place2BU las. Het was voor haar dé kans om een eigen woning te huren. ‘Ik wilde op mijzelf wonen en had anders jaren moeten wachten op een sociale huurwoning in Utrecht. Bovendien ben ik sociaal betrokken. Ik vind het leuk om anderen te helpen, bijvoorbeeld met Nederlandse les, of gewoon samen koffie te drinken.’

Communiceren via vertaal-app
Van de 510 studio´s zijn er twintig ingericht als gemeenschappelijke ruimte. Van Bommel heeft een woning in een gang met achttien studio’s, waarvan één huiskamer. Haar buren zijn onder anderen statushouders. ‘Al op de eerste dag belde een buurvrouw bij me aan die mij in het Engels vroeg of ik voor haar een lamp kon ophangen. Met andere bewoners communiceer ik via de vertaal-app. Dat levert soms hilarische momenten op. Het contact is goed.’

Op het woonterrein van Place2BU staat een gemeenschappelijk gebouw, waar bewoners activiteiten organiseren. Van Bommel is vicevoorzitter van de bewonersvereniging en steekt veel uren in de gemeenschap. ‘Het gaat hier al een beetje leven, op een burendag kwamen bijvoorbeeld ruim 150 bewoners af. We hebben soms heel serieuze gesprekken over het leven. Als ik mijn deur uit loop, zegt iedereen mij gedag. Het is net een klein dorp.’

Gele en rode kaarten
Op het woonterrein is elke dag een sociaal beheerder aanwezig die een oogje in het zeil houdt. Als het nodig is, grijpt hij in. Volgens Van Bommel zijn er in het begin enkele incidenten geweest, maar gaat het nu goed. ‘De corporaties zijn direct in actie gekomen. Nu is er een systeem met gele en rode kaarten. Als je een rode kaart krijgt, moet je als bewoner je huis uit.’ 

Volgens projectleider Ten Brink van Mitros werken de corporaties goed samen met maatschappelijke organisaties, zoals De Tussenvoorziening die opvang en begeleiding biedt aan ex-dak- en thuislozen. Ook de gemeente Utrecht heeft aan het project bijgedragen door onder meer de locatie in Leidsche Rijn niet voor tien jaar, maar voor twaalf jaar vrij te houden. ‘Die verlenging scheelt financieel enorm’, aldus Ten Brink. 

Vriendschappen 
Van Bommel blijft maar twee jaar in haar eenpersoons-studio in Leidsche Rijn wonen. Daarna wil ze samenwonen met haar vriend. Spijt van haar keuze heeft ze geen seconde. ‘Ik ben sociaal ingesteld. Dit project past bij mij. Ik heb veel nieuwe contacten opgedaan en vriendschappen gesloten. Bij een vriendin die in een andere gang woont, loop ik de deur plat. En andersom.’