Wet- en Regelgeving

Huisvesting woonwagenbewoners taak van gemeenten

Het ministerie van BZK heeft op 12 juli 2018 het nieuwe beleidskader voor gemeentelijk woonwagen- en standplaatsenbeleid gepubliceerd. Uitgangspunt is dat het huisvestingsbeleid voor woonwagenbewoners in de eerste plaats de verantwoordelijkheid van de gemeente is. Woningcorporaties hebben een rol bij het bouwen en verhuren van standplaatsen en woonwagens voor mensen die in aanmerking komen voor sociale huurwoningen, als daaraan behoefte is en er afspraken over gemaakt zijn met de gemeente. 

Aedes had al bepleit bij het ministerie dat de verantwoordelijkheid bij gemeenten moet liggen. Volgens het beleidskader moeten woningcorporaties bij toewijzing van woonruimte rekening houden met de identiteit van woonwagenbewoners en de mogelijkheid om in familieverband in een woonwagen te wonen.

Wensen woonwagenbewoners
Bij de vaststelling van het lokale woonbeleid moeten gemeenten voortaan meer rekening houden met de wensen van woonwagenbewoners en zorgen voor voldoende standplaatsen. Woonwagenbewoners hebben daardoor eerder kans op een eigen plek. Gemeenten waar behoefte is aan standplaatsen mogen volgens het beleidskader geen uitsterfbouwbeleid meer voeren. 

Het kader helpt gemeenten bij het invullen van het lokale woonwagenbeleid dat recht doet aan de cultuur van woonwagenbewoners, hen beschermt tegen discriminatie en voldoende rechtszekerheid biedt. Minister Ollongren gaat toezien op de ontwikkeling van het aantal standplaatsen.
Diverse partijen, zoals gemeenten, woningcorporaties, provincies, de Nationale Ombudsman, het College voor de Rechten van de Mens en vertegenwoordigers van Roma, Sinti en Travellers, hebben meegepraat over het kader.