De oplossing bij overlijden van de huurder is maatwerk

Aedes heeft kennis genomen van de vernielingen die in de nacht van zondag 29 augustus op maandag 30 augustus hebben plaatsgevonden bij het kantoor van woningcorporatie Ons Huis in Enschede.

'Geweld is nooit goed te praten en lost niks op. Het bekladden van en brandstichting bij een kantoor is verwerpelijk', stelt Martin van Rijn, voorzitter van Aedes. 'Het is bijzonder intimiderend voor alle medewerkers van de corporatie. Laat ik echter voorop stellen dat ik het vooral heel triest vind voor de twee dochters, waarvan de situatie de aanleiding voor het voorval lijkt te zijn. Een passende oplossing vinden is in ieders belang.'

Huur is niet over-erfbaar. Dat wil zeggen dat wanneer de ouder(s) de huurder is (/zijn), dan gaat de huur na overlijden niet automatisch door op de (volwassen) kinderen. Dat is bij wet zo geregeld. Vaak gaat het om grotere woningen waarvoor inmiddels een lange wachtlijst bestaat.

In dergelijke treurige omstandigheden is er altijd sprake van maatwerk. De oplossing wordt vaak in onderling overleg gevonden, want juist bij corporaties staat de menselijke maat voorop.

Of de bewoner in het ouderlijk huis kan blijven of dat er samen naar een ander passend huis wordt gezocht, hangt af van de specifieke situatie.

Iedere situatie is anders, maar woningcorporaties willen graag zo veel mogelijk duidelijkheid geven hoe in situaties als deze een oplossing gevonden kan worden. Daarom werkt Aedes samen met VNG, de Woonbond, het ministerie van Binnenlandse Zaken (BZK) en WeesWijzer aan een gedragscode voor woningcorporaties. Een code waarin staat beschreven wat corporaties en betrokkenen in dergelijke omstandigheden het beste kunnen doen.

Ook is Aedes in gesprek met minister Ollongren om verhuurders de mogelijkheid te geven om jongvolwassenen na het overlijden van hun ouder(s) tijdelijke contracten aan te bieden, zodat zij langer in de ouderlijke woning kunnen blijven tot er een passende woning of een andere oplossing is gevonden.

Volgens het CBS komt het jaarlijks bij 82 inwonende jongvolwassenen voor dat zij na het overlijden van hun ouder(s) achterblijven in een sociale huurwoning van een corporatie. Van deze 82 jongvolwassenen verhuizen er jaarlijks gemiddeld ongeveer 40 binnen 6 maanden naar een andere woning. Dat betekent dat deze situatie bij de meeste corporaties maximaal 1 keer per jaar voorkomt.