Publicaties

Nieuw Actieplan studentenhuisvesting van kracht

Het ministerie van BZK heeft met de leden van het Landelijk Studenten Platform (LPS) een nieuw Actieplan studentenhuisvesting opgesteld. De partijen ondertekenden het actieplan op 4 oktober 2018 tijdens de jaarlijkse presentatie van de Landelijke Monitor Studentenhuisvesting 2018 van Kences. Uit deze monitor blijkt dat de woonlasten per vierkante meter het laagst zijn bij woningcorporaties en met name bij de Kences-huisvesters.

Het LPS bestaat naast Kences, kenniscentrum voor studentenhuisvesting, uit de G4, Netwerk Kennissteden Nederland, VSNU, Vereniging Hogescholen, Vastgoed Belang, de Landelijke studentenvakbond, Nuffic en de ministeries van OCW en BZK. Met het nieuwe actieplan willen deze organisaties gezamenlijk de komende drie jaar een lokale samenwerking opbouwen die ervoor moet zorgen dat er in tien jaar een lokaal evenwicht tussen vraag en aanbod ontstaat. De Tweede Kamer had om een nieuw actieplan gevraagd, omdat het oude was verlopen.

Bijdrage van het Rijk
Het Rijk draagt op verschillende manieren bij aan het actieplan. Het wil het inzicht in trends en ontwikkelingen en de voorlichting aan Nederlandse en buitenlandse studenten verbeteren en de uitkomsten van het traject Goed Verhuurderschap  benutten voor het bestrijden van excessen in studentenhuisvesting. Het Rijk gaat de voortgang actief volgen en waar nodig lokaal overleg stimuleren. Minister Ollongren van BZK gaat tenminste jaarlijks rapporteren over de voortgang van het actieplan. 

Landelijke Monitor Studentenhuisvesting
Volgens de jaarlijkse Landelijke Monitor Studentenhuisvesting 2018 zijn corporaties en particuliere verhuur goed voor een marktaandeel van respectievelijk 43 en 46 procent binnen de gehele studentenhuisvesting. Met 54 procent woont de meerderheid van de studenten in een kamer met gedeelde voorzieningen. Deze kamers zijn gemiddeld 17 vierkante meter.

Woonlasten
Eénkamerwoningen hebben een marktaandeel van 19 procent en zijn gemiddeld 24 vierkante meter. De prijzen voor éénkamerwoningen zijn iets hoger dan gemiddeld. De woonlasten per vierkante meter zijn bij corporaties en met name Kences-huisvesters het laagst. Particuliere verhuur laat zoals verwacht bovengemiddelde woonlasten zien.