Corporaties ondersteunen bij bestrijding dakloosheid

Het kabinet wil samen met gemeenten, corporaties en andere betrokken partijen 10.000 extra woonplekken mét de benodigde begeleiding realiseren voor dak- en thuisloze mensen. Deze extra plekken moeten er uiterlijk 1 januari 2022 zijn. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor huisvesting en woningcorporaties helpen hun daarbij.

Dit voornemen is onderdeel van de brede aanpak van dak- en thuisloosheid van staatssecretaris Blokhuis (VWS), minister Ollongren (BZK) en staatssecretaris Van Ark (SZW). In de plannen die de 21 centrumgemeenten inmiddels hebben opgesteld, vaak in samenwerking met woningcorporaties, staan al concrete plannen voor 3.000 extra woonplekken. Daarnaast is het streven dat er de komende anderhalf jaar 3.000 woonplekken in flexibele woningen bijkomen. Hiervoor is het noodzakelijk dat voldoende betaalbare locaties worden toegewezen, zowel bij de eerste plaatsing als bij herplaatsing van de flexwoningen en dat is een zaak van gemeenten.

Eerder reserveerde het kabinet al 200 miljoen euro voor de begeleiding van dak- en thuisloze mensen en daarnaast 50 miljoen euro voor de bouw van woningen voor kwetsbare mensen en daklozen.

Herstel begint met een huis

Een plek om te wonen staat aan de basis van elk passend hulpverleningstraject, oftewel: herstel begint bij een huis. Dat is de kern van het rapport Herstel begint met een huis van de Raad Volksgezondheid & Samenleving. Daarin staan ook adviezen aan staatssecretaris Blokhuis om dakloosheid terug te dringen.

Gemeenten aan zet

Dakloosheid is een complex vraagstuk dat vraagt om politieke regie. Samenwerking is daarbij van groot belang. Aedes is blij met de urgentie en de aandacht voor de aanpak van dakloosheid die zich mede richt op Rijk en gemeenten. De genoemde oplossingsrichtingen zijn relevant voor woningcorporaties. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de huisvesting van daklozen. Zij geven aan wie recht heeft op een voorrangsregeling. Die duidelijkheid hebben corporaties nodig. Corporaties willen met gemeenten ook afspraken maken over de juiste begeleiding van kwetsbare huurders en over de leefbaarheid in buurt en wijk.

Tijdelijke woningen

De belangrijkste reden voor dakloosheid is het grote tekort aan huizen. Woningcorporaties willen de komende jaren 10.000 tijdelijke, flexibele woningen bouwen om de druk op de woningmarkt te verminderen. Maar er zijn veel meer locaties nodig. Het bieden van een woonplek aan daklozen is niet genoeg. Naast voldoende woningen zijn zorg en begeleiding vanuit gemeenten keihard nodig om mensen uit de maatschappelijke opvang zelfstandig te kunnen laten wonen. Anders kunnen deze mensen terugvallen in hun oude situatie.

Corporaties zetten zich ook in om dakloosheid te voorkomen. Tijdens de coronacrisis zorgen corporaties ervoor dat niemand zijn huis wordt uitgezet. Corporaties hechten groot belang aan een gezamenlijke aanpak met wijkteams, zorg en welzijn, schuldhulpverlening, gemeenten en een goede bewonersmix in de wijken. Door deze aanpak en vroegsignalering dalen de huisuitzettingscijfers bij corporaties al enkele jaren achtereen gestaag. Dit is voor corporaties een van de manieren om bij te dragen aan het terugdringen van dakloosheid.

Lees ook: