Verhuurderheffing voor corporaties: uitleg over tarieven

Verhuurders die meer dan 50 huurwoningen bezitten, betalen een heffing over de WOZ-waarde van de huurwoningen. Het gaat hierbij om huurwoningen waarvan de huur niet hoger is dan 720,42 euro per maand. In het Belastingplan 2020 staan enkele kortingen voor woningcorporaties. Hieronder de uitleg.

De maximum WOZ-waarde van huizen waarover verhuurders verhuurderheffing moeten betalen is met ingang van 2019 verhoogd van 250.000 naar 270.000 euro. De bedragen veranderen per 1 januari 2020 na indexatie met de huizenprijsontwikkeling. Woningcorporaties in regio’s met een gespannen woningmarkt en hoge WOZ-waarden betalen daardoor meer verhuurderheffing.

De verhuurderheffing voor 2019 is 0,561 procent van de WOZ-waarde van de huurwoningen. Als de Tweede Kamer het Belastingplan 2020 aanneemt, verandert de heffing komende jaren als volgt:

Jaartal

Heffingspercentage

2020

0,562 procent

2021

0,562 procent

2022

0,563 procent

2023

0,537 procent

2024 tot en met 2036

0,538 procent

Vanaf 2037

0,537 procent


Woningcorporaties kunnen onder voorwaarden heffingskortingen krijgen als zij:

  • Investeren in verduurzaming
  • Meer betaalbare woningen bouwen
  • Vrijstelling bij bouw van tijdelijke woningen

Investeringsaftrek voor verduurzaming

Het kabinet wil dat woningcorporaties investeren in de verduurzaming van woningen. Tussen 1 februari en 1 juli 2019 konden belastingplichtige verhuurders een heffingsvermindering aanvragen voor investeringen in de verduurzaming van woningen. De Regeling vermindering verhuurderheffing verduurzaming is toen gesloten omdat het beschikbare budget op was. Vanaf 2022 is er jaarlijks een structureel budget van € 104 miljoen. Vanaf dan gaat de regeling weer open.

Meer betaalbare woningen bouwen

Het kabinet stelt twee miljard euro beschikbaar om meer betaalbare woningen te bouwen. De helft hiervan (10 keer 100 miljoen van 2020-2029) is voor woningcorporaties. Aanvragen van deze heffingskorting kan al ‘vooruit’, waardoor budget van de jaren na 2020 eerder inzetbaar is. De korting aanvragen kan pas vanaf 1 januari 2020. Deze korting is bedoeld voor het stimuleren van nieuwbouw van betaalbare huurwoningen.

Voorwaarde voor deze heffingskorting is dat de woning een huurprijs heeft onder de laagste aftoppingsgrens in de huurtoeslag (607,46 euro in 2019). Verhuurders kunnen een vrijstelling krijgen van 25.000 euro per woning bij een minimale investering van 62.500 euro. De bouw moet starten op of na 1 januari 2020. Het slaan van de eerste paal wordt gezien als start bouw. Deze korting geldt in regio’s waar de druk op de woningmarkt het grootst is (10 coropregio’s en overige woondealgebieden) en enkele geselecteerde gemeenten. Voor alle overige gemeenten een geldt een heffingsvermindering van 12.500 euro per nieuwbouwwoning komt te gelden.

Vrijstelling voor tijdelijke woningen

Vrijstelling van de verhuurderheffing voor tijdelijke woningen geldt als deze tussen 2020 en 2024 worden gebouwd. De vrijstelling en de tijdelijkheid van de woning gelden voor maximaal vijftien jaar. Deze vrijstelling is financieel mogelijk door vanaf 2024 een tariefsverhoging van 0,001 procent te rekenen (tot 2037). Voorwaarden voor de vrijstelling is dat de gemeente een tijdelijke vergunning heeft afgegeven (maximaal 15 jaar) en dat er geen gebruik is gemaakt van bovenstaande heffingsvermindering vanaf 2020.

Verhuurderheffing neemt toe

De verhuurderheffing neemt ondanks de korting van 100 miljoen euro toch toe, staat in de Miljoenennota. In 2020 stijgen de ontvangsten uit de verhuurderheffing door de waardestijging van de WOZ-grondslag naar verwachting met 9 procent, ca. 158 miljoen. In 2018 en 2019 steeg de WOZ-waarde met respectievelijk 5 procent en 8 procent. Het Rijk verwacht voor 2023 een opbrengst van twee miljard euro.