Lobby

Verhuurderheffing stijgt verder door WOZ-ontwikkeling

De gemiddelde WOZ-waarde van woningen is in 2017 voor het tweede jaar op rij gestegen. Op 1 januari 2017 was de gemiddelde WOZ-waarde 3,3 procent hoger dan een jaar eerder, meldt het CBS. Hierdoor stijgt ook de verhuurderheffing, de belasting op sociale huurwoningen die woningcorporaties jaarlijks betalen.

De verhuurderheffing is gekoppeld aan de WOZ-waarde van de woning. In 2018 en later moeten woningcorporaties minimaal 0,591 procent van die waarde afdragen. De heffing is daarmee direct afhankelijk van de waarde-ontwikkeling van koopwoningen in de directe omgeving, niet van de huurprijs of waarde van de sociale huurwoning zelf. Nu de huizenprijzen niet alleen in gewilde regio’s maar nagenoeg overal stijgen, worden corporaties in heel Nederland geconfronteerd met een hogere heffing. In het bijzonder in gebieden waar de vraag naar woonruimte, en dus ook naar sociale huurwoningen, groot is. 

Sinds 2013 betalen woningcorporaties een belasting over de waarde van hun vastgoed. Met de verhuurderheffing wilde het kabinet het begrotingstekort terugdringen. In 2017 is de heffing inmiddels opgelopen tot 1,7 miljard euro. Met de toename van de WOZ-waarde van vastgoed stijgt dit bedrag de komende jaren verder.

Aedes vindt dat het kabinet de verhuurderheffing moet schrappen zodat woningcorporaties het geld kunnen investeren in sociale huisvesting. Wat Aedes betreft wordt de verhuurderheffing op zijn minst bevroren. Bijvoorbeeld door het heffingspercentage te verlagen bij stijgende WOZ-waarden, net als bij de onroerendezaakbelasting voor huiseigenaren. Aedes heeft hier in het verleden ook al veelvuldig voor gepleit. Zonder maatregelen lopen de financiële lasten voor woningcorporaties de komende jaren verder op en kunnen zij minder geld investeren in sociale woningbouw.