Proces

Tweede Kamer verdeeld over de verhuurdersheffing

Ook vanuit de politiek is veel kritiek op de verhuurdersheffing, bleek tijdens het debat over de evaluatie van de heffing op 6 juli 2016. Meerdere partijen willen van de heffing af of hem tenminste fors verlagen. De minister ziet daar geen reden toe en vindt dat corporaties tegemoet wordt gekomen met de heffingsvermindering die geldt voor de bouw van goedkope nieuwbouwwoningen.

Kritiek
Hoewel er niet van voldoende partijen steun is om de heffing deze kabinetsperiode af te schaffen, was er stevige kritiek op de heffing en op de evaluatie van de minister. De SP vindt dat de evaluatie tekortschiet en wil dat de minister de heffing onafhankelijk laat beoordelen. De ChristenUnie wil eerst het beleidsonderzoek naar de huursector afwachten, alvorens conclusies te trekken over (aanpassing van) de heffing.

Volgens de fracties van SP, CDA en Van Vliet leidt de heffing tot minder investeringen door woningcorporaties en hogere huren en moet daarom worden afgeschaft of omgevormd tot een investeringsagenda. De partijen wezen daarbij ook op het rapport van COELO en op het rondetafelgesprek van 29 juni. 'Nog nooit eerder heb ik alle maatschappelijke partijen tijdens een rondetafelgesprek dezelfde boodschap horen zeggen. Daar moeten we iets mee als Kamer', zei Roland van Vliet. 'We mogen niet doorslaan in het afromen van de volkshuisvesting.'

Heffingsvermindering
Volgens D66 en VVD kunnen woningcorporaties echter prima investeren, ondanks de 1,8 miljard aan heffing die ze jaarlijks moeten betalen om de staatskas te spekken. 'Als corporaties de energie die ze in het verzet tegen de heffing hadden gestoken hadden ingezet voor de bouw van woningen waren we al een stuk verder geweest’, merkte Wouter Koolmees van D66 op. Minister Blok gaf aan dat de verhuurdersheffing het beoogde effect bereikt heeft: corporaties zijn efficiënter gaan werken. Daarnaast geeft hij aan oog te hebben voor corporaties die moeite hebben met investeren. De minister wees daarbij op plannen die hij heeft voor een heffingsvermindering voor corporaties die goedkope nieuwbouw neerzetten en de heffingsvermindering voor krimpgebieden en Rotterdam-Zuid.

Over de voorstellen voor de heffingsvermindering waren partijen het ook oneens. PvdA en VVD zijn blij met de aanpassingen, terwijl andere partijen de heffingsaftrek voor goedkope huurwoningen en investeringen in Rotterdam-Zuid juist een 'sigaar uit eigen doos' noemen, aangezien de korting moet worden opgebracht door andere woningcorporaties.

Investeringsruimte niet onbeperkt
Aedes waarschuwde al eerder dat de investeringsruimte van woningcorporaties niet zo positief is als de minister doet voorkomen met zijn indicatieve bestedingsruimte. Een brief van de Autoriteit woningcorporaties bevestigt de boodschap van Aedes. De minister geeft aan dat de kanttekeningen van de toezichthouder terecht zijn en dat de kritische noot ook hoort bij de rol van de Aw als onafhankelijk toezichthouder. Tegelijkertijd houdt Blok vast aan zijn boodschap dat corporaties voldoende ruimte hebben: ‘De ruimte is er, niet onbeperkt en niet voor alle corporaties tegelijk, maar gemeenten hebben nu met de investeringsindicatoren wel handvatten om de onderhandeling met corporaties in te gaan.’

Koopwoningen
De PvdA stelde tijdens het debat voor om de heffing te baseren op de bedrijfswaarde van de verhuurder in plaats van op de WOZ-waarde van de woningen, omdat de verschillen in regio's dan minder groot zijn. Volgens de minister is de uitvoering daarvan niet mogelijk doordat er geen centrale registratie is van de bedrijfswaarde. De PvdA wil de heffing in een volgende kabinetsperiode ook laten opbrengen door eigenaren van vrije sectorhuurwoningen en koopwoningen, zei Kamerlid De Vries. 'Dat geeft corporaties meer lucht.' De VVD wil juist dat de heffing niet geldt voor commerciële investeerders. De minister gaf aan dat er na de Kamerverkiezingen beslissingen genomen moeten worden over het vervolg van de verhuurdersheffing per 2018.

Nog voor het zomerreces – dat 8 juli begint – zal de Kamer stemmen over (nog in te dienen) moties rond de verhuurdersheffing. Minister Blok stuurt het wetsvoorstel met de wijzigingen op de heffing nog voor de zomer naar de Raad van State en hoopt dat de Kamer dan snel na het reces de wet in behandeling zal nemen, omdat die per 1 januari 2017 in moet gaan.