Kabinet herstelt fout in verhuurderheffing voor mede-eigenaren

Het kabinet komt met een wetsvoorstel waardoor mede-eigenaren van huurwoningen weer verhuurderheffing moeten betalen. Dat was gestopt na een uitspraak van de Hoge Raad. De wetswijziging heeft gevolgen voor woningcorporaties die samen met andere eigenaren woningen verhuren.

Woningcorporaties kunnen woningen in gezamenlijk eigendom hebben in een vennootschap onder firma of een commanditaire vennootschap. Dit kan samen met een andere corporatie zijn, maar ook met bijvoorbeeld een zorginstelling.

Rechtsongelijkheid

Bij de verhuurderheffing geldt een belastingplicht als een (mede)eigenaar in totaal meer dan 50 huurwoningen heeft. Het belastbare bedrag (de heffingsgrondslag) voor de verschuldigde verhuurderheffing is de optelsom van de WOZ-waarden van alle huurwoningen bij elkaar en daar 50 maal de gemiddelde WOZ-waarde van die huurwoningen (de heffingsvrije voet) van af te trekken.

In de praktijk moest de mede-eigenaar die de WOZ-beschikking kreeg de verhuurderheffing betalen en dat leidde tot rechtsongelijkheid. De belastingplichtigen die de zaak aanspanden bij de Hoge Raad hadden WOZ-beschikkingen ontvangen voor een aantal woningen waarvan zij mede-eigenaar waren. Ze moesten daarom verhuurderheffing betalen over de volledige waarde van die huurwoningen.

Stel dat drie eigenaren samen 100 woningen hebben, maar één eigenaar krijgt alle WOZ-beschikkingen, dan moet hij over 50 woningen verhuurderheffing betalen. Hopelijk krijgt hij die heffing naar rato terug van zijn mede-eigenaren. De belastingplichtige moest maar zien hoe hij van de mede-eigenaren hun aandeel in de heffing terug zou krijgen.

Wetswijziging

De wetswijziging houdt in dat huurwoningen voortaan aan iedere (mede)eigenaar worden toegerekend in verhouding tot het eigendom (het pro-ratadeel). Pas wanneer een belastingplichtige individueel meer dan 50 woningen heeft (alle breukdelen en eventuele woningen in volledig eigendom samen), moet hij verhuurderheffing betalen. In het bovenstaande voorbeeld hebben alle eigenaren individueel nog maar 33 1/3e huurwoning en komt geen van hen drieën toe aan het betalen van verhuurderheffing.

2020

Het kabinet geeft aan dat de wetswijziging per 1 juli 2020 in werking moet gaan treden, omdat vanaf dat moment de aangifte verhuurderheffing over het jaar 2020 kan worden ingediend. Het is de bedoeling dat de gewijzigde regels met terugwerkende kracht gelden vanaf 1 januari 2020 en dus vanaf het heffingsjaar 2020 van toepassing zijn. Het wetsvoorstel gaat nu voor advies naar de Raad van State. De tekst van het wetsvoorstel is pas openbaar als het kabinet deze met het advies van de Raad van State aan de Tweede Kamer stuurt.