Publicaties

COELO: Verhuurdersheffing rem op aantal sociale huurwoningen

De verhuurdersheffing heeft negatieve gevolgen voor de beschikbaarheid van sociale huurwoningen. Ook zijn er ongewenste inkomenseffecten ten koste van huishoudens met lagere inkomens. Bovendien is de verhuurdersheffing uit rechtvaardigheidsmotieven moeilijk te verdedigen. Dat concluderen onderzoekers van het COELO (Centrum Onderzoek Economie Lagere Overheden, RU Groningen) in een evaluatie van de verhuurdersheffing die ze op 9 juni 2016 publiceerden.

> Lees hier de reactie van Aedes, VNG en Woonbond op de evaluatie van COELO.
> Lees hier reacties van andere partijen op het rapport

Onafhankelijke evaluatie
Sinds 2013 betalen eigenaren van sociale huurwoningen, vooral woningcorporaties, de verhuurdersheffing. De heffing is ingevoerd om de staatskas te vullen. De belasting loopt op tot 1,7 miljard in 2017. Binnenkort komt minister Blok met een evaluatie van de heffing, die wordt uitgevoerd door het eigen ministerie. Woonbond, VNG en Aedes besloten zelf een onafhankelijke evaluatie uit te laten voeren naar de heffing en de effecten daarvan. Het COELO voerde deze evaluatie uit.

Hoofdconclusies COELO

  • De verhuurdersheffing beperkt de investeringsruimte voor corporaties. Nieuwbouw van huurwoningen lag in 2014 lager dan in 2013 en de jaren daarvoor. Gezien de aanlooptijd van nieuwbouw zullen werkelijke effecten vermoedelijk pas later zichtbaar worden.
  • De heffing ontmoedigt verhuurders om nieuwe sociale huurwoningen te bouwen of om bestaande woningen te renoveren. Het aandeel sociale huurwoningen in het bezit van corporaties is in de periode 2010-2014 gedaald, terwijl het aantal huishoudens dat op sociale huurwoningen is aangewezen juist steeg.
  • Er zijn aanwijzingen dat de heffing leidt tot bezuinigingen op onderhoud. Dat kan leiden tot hogere kosten later.
  • Corporaties vangen een groot deel van de verhuurdersheffing op door huren te verhogen. De verhuurdersheffing wordt zo een huurderheffing. Huurders betalen een steeds groter deel van hun eigen huurtoeslag.
  • De heffing is goed uitvoerbaar, maar niet transparant. Vooral huurders van corporatiewoningen (vooral lagere inkomens) worden getroffen en binnen die groep slaan de lasten vrij willekeurig neer.
  • De onderzoekers noemen als alternatief het verbreden van de heffing tot alle woningen: ook niet-sociale huur en koop. Deze belasting kan door gemeenten worden geheven als onderdeel van de OZB.