Woningbouwalliantie: woningbouwimpuls positief, maar meer nodig

Het kabinet zet een substantiële eerste stap in het aanjagen van de bouw van betaalbare en toekomstbestendige woningen. Maar er is aanzienlijk meer nodig om het woningtekort op te lossen. Bijvoorbeeld een structurele woningbouwimpuls. Dat stelt de Woningbouwalliantie van onder meer gemeenten, bouworganisaties, makelaars, installateurs, huurders en verhuurders.

De Woningbouwalliantie bepleitte in juni van dit jaar bij Kamerleden en kabinet miljarden vrij te maken voor de bouw van betaalbare en duurzame huizen. Positief aan de begroting is volgens de alliantie het ‘klaar zetten’ van een Nationaal Garantiefonds voor de woningbouw, het verder naar voren halen en verhogen van de woningbouwimpuls en de toezegging om gezamenlijk met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en Aedes de bouw van 150.000 sociale huurwoningen te versnellen. De alliantie wijst wel op de negatieve gevolgen voor de nieuwbouw van het verhogen van de overdrachtsbelasting van twee naar acht procent. Terwijl er voor woningcorporaties en beleggers eigenlijk een lastenverlichting nodig is om meer betaalbare woningen te realiseren.

Investeringskans benutten

Nu is volgens de Woningbouwalliantie het moment om de woningbouw te benutten als één van de groeimotoren van Nederland. Daarvoor is het noodzakelijk dat het Rijk gaat mee-investeren in grote gebiedsontwikkelingen. Want het ontbreekt gemeenten, corporaties en marktpartijen aan voldoende investeringskracht. Ook dient de eenmalige woningbouwimpuls van 1 miljard euro structureel te worden, zodat snel bijbouwen van betaalbare woningen mogelijk is en blijft.

De Woningbouwalliantie

De Woningbouwalliantie bestaat uit de volgende partijen: G40, Vereniging van Grondbedrijven, IPO, Vereniging Eigen Huis, Bouwend Nederland, Aedes, De Vernieuwde Stad, NVM, BNA, Koninklijke NLIngenieurs, Techniek Nederland, NVTB, IVBN, NVB Bouw, AFNL, NOA, Vastgoedbelang, Vastgoedmanagement Nederland, VBO en NEPROM.

Zie ook: