Rijksbegroting 2021: toekomstbestendige arbeidsmarkt vraagt blijvend aandacht

In de Rijksbegroting voor 2021 staat op het gebied van werk en inkomen dat er blijvend aandacht nodig is voor het toekomstbestendig maken van de arbeidsmarkt. In dit artikel vindt u een overzicht van de belangrijkste punten uit de Rijksbegroting op het gebied van werkgeverszaken die het kabinet op Prinsjesdag 2020 presenteerde.

Andere voor woningcorporaties relevante plannen uit de Rijksbegroting staan in dit artikel.
Lees ook de reactie van Aedes op de begroting.

 

  • Met de inwerkingtreding van de Wet Arbeidsmarkt in Balans op 1 januari 2020 is het aantrekkelijker geworden voor werkgevers om vaste contracten aan te bieden. Het kabinet heeft aangegeven dat ook de komende jaren blijvend aandacht nodig is voor het toekomstbestending maken van de arbeidsmarkt.
    In de CAO Woondiensten zijn al (grote) stappen op het vlak gezet. Zo krijgt een medewerker met een contract voor bepaalde tijd na afloop in beginsel een contract voor onbepaalde tijd (artikel 2.1.3 CAO Woondiensten) en flexibele arbeidskrachten na een jaar een contract bij de corporatie aangeboden (artikel 2.1.4 CAO Woondiensten). In beide gevallen geldt dat de arbeid structureel moet zijn en de medewerker geschikt moet zijn.
     
  • Het kabinet stelt voor om de gerichte vrijstelling voor scholing te verruimen en ook te laten gelden voor vergoedingen en verstrekkingen voor scholing die voortvloeien uit vroegere arbeid. Hierdoor kunnen werkgevers vanaf 2021 deze fiscale vrijstelling ook gebruiken voor ex-werknemers. Denk aan vergoedingen voor scholingskosten als onderdeel van een sociaal plan en/of beëindigingsovereenkomst.
     
  • Het kabinet streeft er naar dat het vanzelfsprekend is om continue te blijven investeren in de ontwikkeling van mensen tijdens hun hele loopbaan. Dat streven is ook opgenomen in de CAO Woondiensten (artikel 10.1.4). Dit wil zij doen door:
    • de regeling Stimulans arbeidsmarktpositie (STAP-regeling). De regeling vervangt de huidige fiscale aftrek voor scholing (zie vorige punt). Individuen zullen het STAP-budget kunnen inzetten voor scholing gericht op hun eigen ontwikkeling en duurzame inzetbaarheid. Het kabinet verwacht dat het STAP-budget per 1 januari 2022 beschikbaar is.
    • circa 50 miljoen euro beschikbaar te stellen in 2021 vanuit de bestaande Stimuleringsregeling Leren en ontwikkelen (SLIM) bedoeld voor het mkb.
       
  • Het kabinet wil gezond en veilig werken stimuleren en heeft daarom de Arbovisie 2040 in voorbereiding. In 2021 staat ook de maatschappelijke beweging aanpak burn-out op de agenda, met hernieuwde aandacht voor thuiswerken en de consequenties daarvan voor de vitaliteit en het welbevinden van werkenden.
     
  • Werkgevers mogen 1,7 procent van de fiscale loonsom tot 400.000 euro (de vrije ruimte) onbelast besteden aan de Werkkostenregeling, daarboven is de vrije ruimte 1,2 procent. Vanwege de coronacrisis heeft het kabinet de 1,7 procent vrije ruimte Werkkostenregeling (WKR) tijdelijk verhoogd naar 3 procent en geeft die maatregel een wettelijke grondslag door dat vast te leggen in het Belastingplan 2021. Tegelijkertijd stel het kabinet voor om het percentage van 1,2 procent over de loonsom boven de 400.000 euro permanent te verlagen naar 1,18 procent.
     
  • Het kabinet kiest voor de invoering van negen weken betaald ouderschapsverlof voor beide ouders. In deze negen weken hebben ouders recht op een UWV-uitkering van 50 procent van hun dagloon, tot 50 procent van het maximum dagloon. De maatregel zal per augustus 2022 ingaan.
     
  • Het ministerie van SZW is bezig met een vierjarig project om de naleving te stimuleren van de wettelijke verplichting van de risico-inventarisatie en – evaluatie (RI&E). In 2121 gaat het ministerie door met dit project.
     
  • Het ministerie van SZW werkt aan wetgeving om het voor bedrijven mogelijk te maken alcohol-, drugs-en medicijntesten te laten uitvoeren als sluitstuk van een op bedrijfsniveau te voeren alcohol-, drugs-en medicijnenbeleid.
     
  • De werkgeverspremie voor het Algemeen Werkloosheidsfonds (AWF) daalt. Het lage tarief voor vaste dienstverbanden daalt van 2,94 procent naar 2,70 procent en het hoge tarief voor flexibele dienstverbanden zakt van 7,94 procent naar 7,70 procent.
     
  • De werkgeverspremie Zorgverzekeringswet ZVW stijgt per 1 januari 2021 naar 7 procent (is op dit moment 6,7 procent). Ook de werknemersbijdrage stijgt per 2021 (van 5,45 procent naar 5,75 procent van het brutoloon).
     
  • Dit najaar zal het wetsvoorstel gelijke kansen bij werving en selectie worden ingediend bij de Tweede Kamer. De kern van het wetsvoorstel is dat de Inspectie SZW een bedrijf kan aanspreken als dat zich niet aantoonbaar inzet voor gelijke kansen. Uiterste sanctie is een boete van maximaal 4.500 euro die de inspectie openbaar maakt.
     
  • In 2021 wordt naar alle waarschijnlijkheid een wetsvoorstel ingediend dat pensioenen persoonlijker en transparanter moet maken. Uiterlijk in 2026 komt er een moderner, persoonlijker stelsel. Organisaties zullen daar ook komend jaar alvast mee aan de slag moeten. Werkgevers zijn wettelijk verplicht om voor deze overstap een transitieplan op te stellen. Ook ons pensioenfonds SPW is gestart met de voorbereidingen.