Rijksbegroting 2020: werkgeverszaken

Het kabinet presenteerde dinsdag 18 september de Rijksbegroting voor 2020. In dit artikel vindt u een overzicht van de belangrijkste punten uit de Rijksbegroting op het gebied van werkgeverszaken.

Andere voor woningcorporaties relevante plannen uit de Rijksbegroting staan in dit artikel.

  • Het kabinet wil de toenemende onzekerheid op de arbeidsmarkt verminderen door een betere balans tussen vast en flexibel werk. De Wet Arbeidsmarkt in Balans (WAB) treedt vanaf 1 januari 2020 in werking. Dat geeft de mogelijkheid van drie aansluitende contracten in maximaal drie jaar in plaats van in twee jaar. De transitievergoeding voor langdurige arbeidsovereenkomsten gaat omlaag maar tegelijkertijd ontstaat er vanaf de eerste dag van de arbeidsovereenkomst recht op transitievergoeding. Daarnaast wordt per 1 april 2020 de Regeling compensatie transitievergoeding bij langdurige ziekte ingevoerd. En de hoogte van de WW-premie wordt afhankelijk van de contractvorm.

  • Het kabinet introduceert vanaf 2021 voor zzp’ers een minimumtarief van 16 euro per uur. Zzp’ers met een uurtarief boven de 75 euro kunnen straks kiezen voor een zelfstandigenverklaring. Hiermee kunnen ze vooraf met hun opdrachtgever afspreken dat ze als zelfstandig ondernemer werken en gevrijwaard zijn van loonheffingen, pensioenverplichtingen en CAO-bepalingen. Met een webmodule moeten opdrachtgevers en opdrachtnemers meer duidelijkheid krijgen over de aard van de arbeidsrelatie. De webmodule is beschikbaar in 2020.
     
  • Het Algemeen Werkloosheidsfonds (AWF) financiert de WW-uitkeringen van werkgevers. De sectorfondsen worden per 1 januari 2020 afgeschaft. Er zijn vanaf die datum twee premietarieven in het AWF: een laag tarief van 2,94 procent voor vaste dienstverbanden en een hoog tarief van 7,94 procent voor flexibele dienstverbanden. Afhankelijk van de hoogte van de sectorpremie in 2019 en de verhouding vast-flex kan de premie voor individuele werkgevers in 2020 nogal afwijken van het gemiddelde van 4,19 procent. De definitieve vaststelling van de AWF-premie vindt plaats in oktober.
     
  • Begin juni heeft het kabinet met de sociale partners het pensioenakkoord gesloten. Onderdeel van dit akkoord is onder andere een minder snelle stijging van de AOW-leeftijd. De AOW-maatregelen zijn vanaf 1 januari 2020 van kracht. In 2020 en 2021 is de AOW-leeftijd 66 jaar en 4 maanden.
     
  • Het kabinet wil begin 2021 de wet- en regelgeving voor de vernieuwing van het pensioenstelsel bij de Tweede Kamer indienen. Zodat het nieuwe wettelijke en fiscale kader per 2022 in werking kan treden. Een stuurgroep met vertegenwoordigers van de sociale partners en het kabinet werkt nu aan de voorbereiding.
     
  • Met Wetsvoorstel Bedrag Ineens op Pensioendatum wil het kabinet meer flexibiliteit bieden in het aanwenden van het pensioenvermogen. Deelnemers kunnen dan bij pensionering onder voorwaarden een deel van de waarde van de opgebouwde aanspraken opnemen in de vorm van ‘een bedrag ineens’.
     
  • De vrije ruimte in de werkkostenregeling wordt door het kabinet vergroot. Er wordt een tweeschijvenstelsel voor de vrije ruimte ingevoerd: 1,7 procent tot en met 400.000 euro plus 1,2 procent over de resterende loonsom. De vergoedingen voor de verklaring omtrent gedrag (VOG) komen niet meer ten laste van de vrije ruimte.

  • In het kader van duurzame inzetbaarheid komt er vanaf 2020 een structureel budget van 10 miljoen euro per jaar om ervoor te zorgen dat mensen gezond en werkend hun pensioen kunnen halen.

  • Het wordt tijdelijk mogelijk voor sociale partners om oudere medewerkers eerder te laten uittreden als zij niet in staat zijn om gezond door te werken tot hun AOW-leeftijd. Sociale partners zullen hiervoor per sector maatwerkafspraken. Het kabinet stelt hiervoor vanaf 2021 incidenteel 4 x 200 miljoen euro beschikbaar.

  • Vanaf 1 juli 2020 kan de partner van een moeder vijf weken geboorteverlof opnemen binnen 6 maanden na de geboorte. De partner krijgt tijdens dit verlof via het UWV 70 procent van het loon doorbetaald.
     
  • Met het programma Preventie Beroepsziekten worden werkgevers ondersteunt bij het voorkomen van gezondheidsschade door blootstelling aan gevaarlijke stoffen en fysieke belasting. Daarnaast gaat het kabinet het overheidsbeleid voor gezond en veilig werken actualiseren in een Arbovisie 2030.